e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Bocholtz

Overzicht

Gevonden: 2628
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
borstel schrobborstel: sch als in duits schreiben  schroep-buschtəl (Bocholtz), schroep-schtrīēəl (Bocholtz), schrobstreel: sch als in duits schreiben  schroep-schtrīēəl (Bocholtz) borstel [DC 15 (1947)] || kwastachtige borstel [DC 15 (1947)] || schrobber (van takjes) [DC 15 (1947)] III-2-1
borstelig haar poetshaar: poetshaor (Bocholtz), strohaar: sjtruuhaor (Bocholtz), struivelshaar: sjtroevelshaor (Bocholtz) borstelig haar (stekkerhaar, pinhoor] [N 10 (1961)] III-1-1
borsten borsten: broos (Bocholtz), brös (Bocholtz), memmen: memme (Bocholtz), nokken: noeke (Bocholtz), tieten: tiete (Bocholtz) borsten van de vrouw [mamme, memme, tette, tiete] [N 10c (1961)], [N 10c (1995)] III-1-1
borstriem borstriem: brosrēm (Bocholtz) Leren riem van het borsttuig die voor de borst van het paard zit. Zie ook opmerking onder lemma Borsttuig. [N 13, 52] I-10
borstrok overwerpkiel: uvverwerpkeel (Bocholtz) borstrok, onderkledingstuk dat over het hemd wordt gedragen [hemdrok, humperok, sjtoep, liefke, slaoplijf] [N 25 (1964)] III-1-3
borstrok (voor mannen) borstrok: borsrok (Bocholtz) borstrok voor mannen [N 25 (1964)] III-1-3
borstrok (voor vrouwen) borstrok: borsrok (Bocholtz) borstrok voor vrouwen [N 25 (1964)] III-1-3
borstspeld spang: (grōēse) sjpang (Bocholtz) speld waarmee de slippen van de grote omslagdoek voor de borst bijeen worden gehouden [N 25 (1964)] III-1-3
borststuk van een schort bovenstuk: bovvesjtuk (Bocholtz) borststuk, bovenste deel, ~ van een schort [boezem] [N 24 (1964)] III-1-3
borsttuig plathaam: plashām (Bocholtz) Trektuig bestaande uit een stel leren riemen, dat wel eens gebruikt wordt in plaats van een haam, als het paard aan de schouders gedrukt is (zie WLD I, afl. 9, p. 111). In een vrij groot aantal opgaven verwijst de benaming voor een deel van het borsttuig naar het geheel, bv. het woordtype borstriem. Het omgekeerde, waarbij de term voor het geheel gebruikt wordt ter aanduiding van een onderdeel ervan, komt minder vaak voor (zie lemma Borstriem). [JG 1b, 1c, 1d, 2c; N 13, 51] I-10