| 27854 |
lading |
vracht:
vrax (P218p Borlo)
|
Datgene wat op de kar of kruiwagen wordt geladen. [JG 1a, 1b; Wi 52; monogr.]
I-10
|
| 18304 |
lage herenschoen, molière |
molire (fr.):
moͅleēͅrə (P218p Borlo)
|
herenschoenen, lage ~ [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 33360 |
lage kachel voor de ketel met was of veevoer |
vuurtje:
vørkǝ (P218p Borlo)
|
De lage kachel waarop de ketel met was of veevoer verwarmd wordt. De benamingen met ketel doen denken aan een gecombineerde ketel en kachel, vast verbonden, met een grote inhoud. Een bereklauw heeft drie poten. De kachel dient niet om een ruimte te verwarmen. Sommige benamingen wijzen op de afwezigheid van een kachel of op de aanwezigheid van een open vuur. Zie ook afbeelding 8 bij het lemma "voorstal" (2.2.5). [L 23, 58c; monogr.]
I-6
|
| 32447 |
lage klomp |
leren klonk:
lērǝ [klonk] (P218p Borlo)
|
Klomp met een lage en korte kap die slechts het voorste deel van de voet bedekt. Over de klompopening is een leren riem aangebracht die door middel van kleine spijkertjes met platte kop wordt vastgezet. Zie ook afb. 260. Het woord(deel) klomp is fonetisch gedocumenteerd in het lemma ɛklompɛ.' [N 24, 70c; monogr.]
II-12
|
| 18377 |
lage klomp? |
leren klonk:
lērə klunk (P218p Borlo)
|
klomp, lage open ~ met een riem over de wreef [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18351 |
lakschoen |
laquschoen (<fr.):
lakeͅi sXun (P218p Borlo)
|
lakschoenen [gelakkerde sjeun] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18147 |
lam |
lam:
laom (P218p Borlo),
lám (P218p Borlo),
lammetje:
lɛmǝkǝ (P218p Borlo),
lemmen:
lɛmǝ (P218p Borlo),
schaap:
sxōǝp (P218p Borlo)
|
Jong van het schaap in het algemeen. Zie afbeelding 5. [N 70, 3; R 3, 36; S 20; Wi 5; Wi 12; L 20, 22c; L 6, 25; L 1a-m; JG 1a, 1b; AGV, m 3; A 2, 45; A 2, 1; A 4, 22c; Vld.; monogr.] || ze is lam [ZND 29 (1938)]
I-12, III-1-2
|
| 34412 |
lammeren |
lammeren:
lamǝrǝ (P218p Borlo),
lamǝrǝn (P218p Borlo)
|
Jongen ter wereld brengen, gezegd van het vrouwelijk schaap. [N 19, 67; JG 1a, 1b; L 29, 32; L 1a-m; N C, add.; Vld.; monogr.]
I-12
|
| 34586 |
lamoen |
gespan:
gespan (P218p Borlo)
|
Het voorstel in z''n geheel: de twee berries en de verbindingsscheien. De benaming voor het lamoen komt voornamelijk voor in het zuidoosten van Belgisch Limburg en in het zuiden van Nederlands Limburg. [N 17, 50b + 90; N G, 54b + 56h + 64a; JG 1a; JG 1b; JG 1d; JG 2c; L 32, 63; L 34, 10; A 27, 20; Lu 5, 20]
I-13
|
| 19584 |
lamp |
lamp:
lamp (P218p Borlo, ...
P218p Borlo)
|
lamp [ZND 01 (1922)], [ZND 29 (1938)]
III-2-1
|