| 19485 |
lampenpit |
wiek:
wik (P218p Borlo, ...
P218p Borlo)
|
De lampepit (ook wiek geheeten; Fr. mèche) [ZND 17 (1935)] || lampepit [ZND 01 (1922)]
III-2-1
|
| 21578 |
land |
land:
laand (P218p Borlo)
|
land [ZND 29 (1938)]
III-3-1
|
| 33640 |
landerijen |
eigendom:
eigendom (P218p Borlo)
|
Het geheel van bebouwde akkers, weilanden en velden, behorend bij een boerderij. [N 6, 33a; N 5A, 76d; A 10, 3; A 11, 4; A 20, 1b; JG 1b, 1d; L 37, 11a; L 38, 23; L 44, 27; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 32822 |
landrol |
wel:
wɛl (P218p Borlo)
|
De vroeger houten, later ijzeren rol om aard-kluiten van geploegd land te breken, de akker vlak te maken, het zaad in de aarde vast te drukken, enz. Zie afb. 81 en 82. [JG 1a + 1b; N 11, 86; N 11A, 183 + 185; N J, 10 add.; N P, 20 add.; A 40, 9; monogr.]
I-2
|
| 18329 |
lang schortlint |
bindel:
bø̄nüəls (P218p Borlo),
bø̄ŋəls (P218p Borlo)
|
linten, lange ~ of banden waarmee een voorschoot om het middel wordt geknoopt [binders] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 34614 |
langboom van de wagen |
langwagel:
lāŋkwǭ.gǝl (P218p Borlo),
langweg:
laŋkwęx (P218p Borlo)
|
Lange dikke balk die de verbinding vormde tussen het voorstel en het achterstel van de langwagen. Via de lengte van de langboom kan de lengte van de langwagen bepaald worden. Op de langboom rusten de drie rongblokken van de wagen, waarop de rongen gezet konden worden ter ondersteuning van de zijwanden. De langboom steekt achteraan door een opening tussen het rongblok en het asblok en wordt daar verstevigd door de twee achterste tangarmen. Aan de voorzijde is de langboom door middel van een bout verbonden met het rongblok, de draaischijf, de zwik en het asblok, zodat het voorstel wendbaar is. [N 17, 44e; N G, 70b; JG 1b; JG 1d;monogr]
I-13
|
| 18286 |
lange broek |
culotte (fr.):
gewone lange broek
cyloͅtə (P218p Borlo),
lange broek:
la.ŋə bruk (P218p Borlo),
lang broek (P218p Borlo)
|
culot, in de betekenis van soort broek; betekenis/uitspraak [N 23 (1964)] || lange broek (hoe heet ...?) [ZND 22 (1936)] || pantalon, lange broek [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18368 |
lange grijze kous |
lange slachterskous:
laŋə slaXtərs kōsə (P218p Borlo)
|
kousen, lange grijze ~ die door slagers (beenhouwers) over de broekspijpen worden gedragen [beenhouwerskousen] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18367 |
lange kleurige herenkous |
sportkous:
sportkōsə (P218p Borlo)
|
mannenkousen, lange kleurige ~ (vero) [hooze] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18599 |
lange onderbroek? |
lange onderbroek:
langə oͅndərbruk (P218p Borlo)
|
onderbroek, lange ~ [N 25 (1964)]
III-1-3
|