| 22881 |
linksvoor |
linkse extrme (fr.):
leŋksə eͅkstrēͅm (P218p Borlo)
|
Links- rechtsvoor. [DC 49 (1974)]
III-3-2
|
| 17617 |
lip |
lip:
lep (P218p Borlo),
lyp (P218p Borlo)
|
lip [RND] || Zie afbeelding 2.8 en 2.10. [JG 1a, 1b]
I-9, III-1-1
|
| 31599 |
lip van een hoefijzer |
lip:
lep (P218p Borlo)
|
Het opstaand lipvormig gedeelte aan de voorzijde aan het hoefijzer. De lip voorkomt het naar achter opschuiven van het hoefijzer. Zie ook afb. 222. Ook aan de zijkanten van het hoefijzer kunnen lippen worden aangebracht. Dit gebeurt als het paard brokkelende hoeven heeft of wanneer het hoefijzer de neiging heeft naar binnen te verschuiven. Zie ook het lemma ɛbrokkelhoefɛ in WLD i.9, pag. 102.' [N 33, 356; JG 1b; monogr.]
II-11
|
| 18051 |
litteken |
litteken:
lidteeken (P218p Borlo)
|
een litteken [ZND 37 (1941)]
III-1-2
|
| 34133 |
loeien van de koe in het algemeen |
brullen:
brylǝ (P218p Borlo),
brølǝ (P218p Borlo)
|
[N 3A, 5a; JG 1a, 1b; Gwn V, 8; Wi 57; monogr.]
I-11
|
| 34137 |
loeien van de koe van pijn |
brullen:
brylǝ (P218p Borlo)
|
[N 3A, 5e]
I-11
|
| 23311 |
lof |
lof:
ət luf (P218p Borlo)
|
het lof [RND]
III-3-3
|
| 31186 |
loodgieter |
loodgieter:
lūt˲gētǝr (P218p Borlo)
|
Ambachtsman die vroeger vooral zink en blik bewerkte, loden buizen maakte en herstelde, dakgoten en regenpijpen plaatste en repareerde en, zo blijkt uit de antwoorden van de zegslieden, soms ook waterpompen aanlegde. Tegenwoordig installeert en repareert hij vooral sanitaire installaties en verwarmingstoestellen. Zie ook het lemma "zinkbewerker". Het woord pompenmaker werd in Venray (L 210) en omstreken ook gebruikt als benaming voor een koperslager. Zie ook het lemma "koperslager". [N 64, 161a; L 34, 17a-b; monogr.]
II-11
|
| 17817 |
lopen |
lopen:
loepen (P218p Borlo),
lūpǝ (P218p Borlo)
|
lopen [ZND 25 (1937)] || Uit de gevraagde toelichting en bij vraag N 8, 82 blijkt dat gaan de betekenis van "stappen", "stapvoets gaan" heeft, lopen die van "snel lopen" of "draven". [JG, 1b; N 8, 81a en 82]
I-9, III-1-2
|
| 34545 |
lopen, gezegd van eenden |
waggelen:
wagǝlǝ (P218p Borlo)
|
[N 70, 2; monogr.]
I-12
|