| 21285 |
heer |
heer:
i:ər (L360p Bree),
prins:
prøns (L360p Bree)
|
heer [RND]
III-3-1
|
| 24607 |
heermoes |
kattestaart:
katǝstart (L360p Bree)
|
Equisetum arvense L. Zeer algemeen voorkomend onkruid uit de paardestaart-familie (Equisetum L.) op bouwland, grasland, tuinen en bermen met een rechtopstaande holle stengel, die geleed is en gemakkelijk uiteen te trekken. Op de grens van de afzonderlijke leden bevindt zich een krans van schubben, die de bladeren vertegenwoordigen. Deze sporenplant bloeit van april tot mei en varieert in hoogte van 10 tot 80 cm. In het algemeen bekender onder de familienaam paardestaart. L 214a: "De volksmond zegt dat onderaan de wortel van de katǝstart een gouden knøpkǝ zit." L 250: "Gedroogde blaadjes worden als medicinale thee gebruikt bij pijnlijke urinelozing." De samenstellingen met -staarts zijn verschoven vormen van staart; vergelijk het lemma Ploegstraat in aflevering I.1, blz. 62. [A 17, 5; A 49B, 4; monogr.]
I-5
|
| 18897 |
heerszuchtig |
een echte kapitein:
dè ⁄s einen echte kapitein (L360p Bree)
|
een sterke neiging tot heersen of overheersen hebbend [heerzaam, heerzuchtig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18015 |
hees, schor |
hees:
heis (L360p Bree),
heis zeen (L360p Bree),
heͅis (L360p Bree)
|
hees [ZND A2 (1940sq)] || schor, schor zijn [ruigsen, hees, gees zijn] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 20129 |
heet, hitsig |
lopig:
leͅi.pex (L360p Bree)
|
heet, hitsig [Goossens 1b (1960)]
III-2-1
|
| 25890 |
hefboom |
sluishout:
slyzhø̜j.t (L360p Bree)
|
Hefboom waarmee de sluis omhoog wordt getrokken wanneer het sluisijzer voorzien is van gaten. Zie ook afb. 68 en de toelichting bij het lemma ɛsluisijzerɛ.' [Vds 46; Jan 41; Coe 27; Grof 61]
II-3
|
| 26435 |
hefboom van de spanrol |
handboom:
ha.nt˱bø̜j.m (L360p Bree)
|
De hefboom waarmee men de spanrol van het luiwerk van watermolens kan verplaatsen. [Jan 235]
II-3
|
| 19447 |
heg, haag |
heg:
hègk (L360p Bree),
tuin:
tuin is in dialekt huuf en huufke
tûn (L360p Bree)
|
haag || Omheining bestaande uit geschoren kreupelhout of struikgewas (heg, haag, hoftuin) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 24168 |
heggenmus |
heggenschijter:
hègkesji-jter (L360p Bree),
hegmus:
hègkmös (L360p Bree),
wijnstamper:
wi-jnstemper (L360p Bree)
|
bastaardnachtegaal || heggemus
III-4-1
|
| 19758 |
heggenschaar |
tuinschaar:
tûnsjiêr (L360p Bree)
|
haagschaar
III-2-1
|