| 24987 |
glad, glijdend |
glatsig:
gletsig (Q198p Eijsden)
|
glad [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 33739 |
gladde ijzerdraad |
zoete draad:
zø̄tǝ drǭt (Q198p Eijsden)
|
Het gladde ijzerdraad waarmee men weiden omheint. [N M, 6a; N M, 6b; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 22376 |
glijbaan |
roetsjbaan:
roetsjbaan (Q198p Eijsden),
schijvel:
/
Sjievel (Q198p Eijsden)
|
glijbaan [SND (2006)] || Het speeltuig (vooral in speeltuinen) waarbij men langs een gladde baan van een platform naar beneden kan glijden [glijbaan, borsie, ritsbaan, roetsjbaan]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 17853 |
glijden |
glitschen (du.):
gletse (Q198p Eijsden),
glitsen:
gletse (Q198p Eijsden),
scharrebrikken:
- op `t ijs.
slavrikke (Q198p Eijsden),
schijvelen:
sjievele (Q198p Eijsden),
schuivelen:
sjievele (Q198p Eijsden)
|
glijden [SGV (1914)], [SGV (1914)] || Glijden: zich langs en oppervlak gemakkelijk, met zeer weinig wrijving voortbewegen (glijden, slibberen, glissen, schuiven, slifferen, slipperen, schampen). [N 84 (1981)]
III-1-2, III-3-2
|
| 24316 |
glimworm |
vuurworm:
vuurwörm (Q198p Eijsden)
|
glimworm [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 18957 |
gluiperd |
sluiper:
schloeper (Q198p Eijsden)
|
gluiper [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 33919 |
goedaardige droes |
krop:
krø̜p (Q198p Eijsden)
|
Een infectieziekte in de keelstreek die vooral jonge paarden aantast. Tussen de besmetting en het uitbreken van de ziekte verloopt ongeveer èèn week. Dan treedt koorts op, gepaard met ontsteking van het neusslijmvlies, waarbij veel slijm wordt afgescheiden, dat na enkele dagen etterig wordt. Typisch voor deze ziekte is de klierzwelling tussen de beide takken van de onderkaak; snel wordt de gezwollen klier dan week, verettert en breekt door. Gewoonlijk verloopt de ziekte goedaardig. [A 48A, 28b; N 8, 89 en 90a; N 52, 15b, 24 en 25; monogr.]
I-9
|
| 21326 |
goedkoop |
goedkoop:
gooiekoup (Q198p Eijsden)
|
goedkoop [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 18954 |
goedzak |
soppebroer:
soppebroor (Q198p Eijsden)
|
goedzak [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 24538 |
gom |
gom:
ideosyncr.
gom (Q198p Eijsden),
gum (Q198p Eijsden)
|
De kleverige, doorschijnende vloeistof die uit spleten of insnijdingen in sommige bomen vloeit en in de lucht hard word; deze stof is i.t.t. hars niet oplosbaar in alcohol of ether gom, plek). [N 82 (1981)]
III-4-3
|