e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Einighausen

Overzicht

Gevonden: 2224
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zwartbonte koe zwartbonte koe: žwartbǫntjǝ [koe] (Einighausen) Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe'' (3.3.1). [N 3A, 126] I-11
zwarte bes zwarte wiemerten: mv: -e of wiemerte  sjwarte wiemert* (Einighausen) [DC 13 (1945)] I-7
zwarte bladluis meelde: idiosyncr. + soms fon. schrift Engels  mēēje (Einighausen) bladluis (zoals bijv. de zwarte tuinbonenluis) [himmelzoad, meelow, melde, smeelje] [N 26 (1964)] III-4-2
zwarte gebreide dameskous zwarte hoos: zjwarte haoze (Einighausen) dameskousen, zwarte gebreide ~ [N 24 (1964)] III-1-3
zwarte koe zwarte koe: žwartǝ [koe] (Einighausen) Zie voor de fonetische documentatie van (koe) het lemma ''koe'' (3.3.1). [N 3A, 129] I-11
zwarte koe met geheel witte kop witkop: wetkǫp (Einighausen) [N 3A, 130a] I-11
zwarte kraai, kraai kraai: krao (Einighausen), kroa (Einighausen) Hoe heet de zwarte kraai? [DC 06 (1938)] || kraai [SGV (1914)] III-4-1
zwarte muts? muts: mötsj (Einighausen) muts, zwarte ~ {afb} [N 25 (1964)] III-1-3
zwavelx zwavel: schwavel (Einighausen) zwavel [DC 02 (1932)] III-4-4
zwenghout, spoorstok warshout: wē̜šhǫu̯t (Einighausen) Het dwarshout waaraan van voren de strengen of trekkettingen van het paard bevestigd zijn en dat van achteren aan een akkerwerktuig (ploeg, eg, e.d.) gekoppeld is. Zie afb. 98. [JG 1b + 1c + 1d + 2c; JG 2b-4, 3; N 11, 34a; N 11A, 103 + 103e; N 17, 69a add.; L 34, 11 add.; L 49, 26 add.; A 30, 26 add.; G 1, 26 add.; div.; monogr.] I-2