| 22513 |
geboortefeest |
doopfeest:
daopfeest (L353p Eksel),
doewepfist (L353p Eksel),
du.əpfist (L353p Eksel)
|
het feestje ter ere van de geboorte van een kind [sol, kinderfooi, pastellenhuisje, kindjeskermis, kindjeskoffie, gebuurkoffie, snee(i)] [N 112 (2006)] || Het feestje ter ere van de geboorte van een kind [sol, kinderfooi, pastellenhuisje, kindjeskermis, kindjeskoffie, gebuurkoffie, snee(i)]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 20182 |
geboren worden |
gekomen zijn:
gekommen zien (L353p Eksel),
komen:
komen (L353p Eksel),
kómmen (L353p Eksel)
|
Geboren worden (jong zijn). [N 115 (2003)], [N 84 (1981)]
III-2-2
|
| 18335 |
gebreide kous |
strikkous:
strikkoos (L353p Eksel)
|
breikous [sjtrikhaos, strikkous] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18620 |
gebreide wollen muts |
gestrokken muts:
gestrokke muts (L353p Eksel)
|
muts van wol (gebreid) voor kinderen [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 21320 |
gebrekkig spreken |
hakkelen:
hakkelen (L353p Eksel)
|
gebrekkig spreken [hakkelen, tottelen, stamelen, touwen, tatewalen, totteren, stotteren] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 22436 |
gebruik |
gewente:
gewente (L353p Eksel),
plachten (ww.):
plachten (L353p Eksel)
|
Een wijze van doen die in meer of minder ruime kring in zwang is [gebruik, gewoonte, gewente, zwang, geplogenheid]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 22437 |
gebruiken met driekoningen |
driekoningen zingen:
drijkunningen zingen (L353p Eksel),
drɛ.iköniŋə ziŋə (L353p Eksel)
|
de naam voor de gebruiken met Driekoningen [6 januari] [N 112 (2006)] || De naam voor de gebruiken met Driekoningen [6 januari]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 21492 |
geburen |
gebuur:
geboer (L353p Eksel)
|
alle buren samen [geburen, gebuur] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 19248 |
gedenken; gedachtenis |
heugen:
heugen (L353p Eksel)
|
terugdenkend aan overleden personen op bepaalde data [gedenken, geheugen] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 24000 |
gedoopt worden |
gedoopt worden:
gedopt wère (L353p Eksel)
|
Gedoopt worden. [N 96D (1989)]
III-3-3
|