| 19553 |
lepel |
lepel:
lippel (L353p Eksel)
|
lepel in het algemeen (lepel, lippel, leeper) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 19556 |
lepelrek |
lepelrek:
lippelrèk (L353p Eksel)
|
rekje aan de wand waarin lepels worden bewaard [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 21748 |
leraar |
meester:
mister (L353p Eksel)
|
een leerkracht aan een instelling voor voortgezet onderwijs [magister, leraar, regent, leer] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 21376 |
leren |
leren:
ge het vandaag het meeste geleerd en ge zijt bra geweest, naar hoes (L353p Eksel),
ge het vandaag het meeste geleerd en ge zijt bra gewest, ge meugt vruger na hoes as de ander (L353p Eksel)
|
Gij hebt vandaag het meeste geleerd en ge zijt braaf geweest, gij moogt vroeger naar huis gaan als de andere. Gij: deze ganse zin staat in de tweede pers. enkelv. [ZND 04 (1924)]
III-3-1
|
| 18340 |
leren beenkap |
get:
getten (L353p Eksel)
|
lederen beenkappen [kemasse, kamasje] [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18653 |
leren muts die onder de kin wordt gesloten |
tuffersmuts:
tuffersmuts (L353p Eksel),
vliegeniersmuts:
vliegeniersmuts (L353p Eksel)
|
muts, op bivakmuts gelijkende lederen ~ die onder de kin met een knoop wordt gesloten [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 19125 |
leugen |
leugen:
in løgən (L353p Eksel),
leugen (L353p Eksel)
|
een bewust uitgesproken onwaarheid [foet, lieg, leugen] [N 85 (1981)] || een leugen [ZND A1 (1940sq)]
III-3-1
|
| 19383 |
leunstoel |
zorg:
zørəx (L353p Eksel)
|
Een leunstoel met een hoge brede rug, waaraan soms zijstukken zijn aangebracht (zorg, zorgstoel, zetel) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 21341 |
leurder |
leurder:
leurder (L353p Eksel),
marchand (fr.):
marsjang (L353p Eksel)
|
koopman die met zijn waren langs de deuren gaat? [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 21431 |
leuren |
commercen (<fr.):
commèrcen (L353p Eksel),
leuren:
leuren (L353p Eksel),
marchallen:
mérsjallen (L353p Eksel)
|
Inventarisatie uitdrukkingen voor: "op koopmanschap gaan"= erop uittrekken om zijn waren te verkopen? Zo neen, welke andere uitdrukking. Geeft u nauwkeurig de uitspraak aan. [N 21 (1963)]
III-3-1
|