| 33633 |
puthaak |
gaar:
geͅər (L353p Eksel)
|
[ZND 32 (1939)]
I-7
|
| 18610 |
pyjama |
pyjama {piama}:
piezjema (L353p Eksel)
|
pyjama, tweedelig nachtkostuum [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 23766 |
quatertemperdag |
quatertemper (<lat.):
quatertemper (L353p Eksel)
|
De R.K. vastendag op de eerste woensdag, vrijdag en zaterdag van elk jaargetijde, quatertemperdag. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 22726 |
raadsel(tje) |
raadsel(tje):
e rötsel (L353p Eksel),
roadsel (L353p Eksel),
roadselke (L353p Eksel),
ə rətsəl (L353p Eksel)
|
Een raadsel. [ZND 06 (1924)], [ZND B1 (1940sq)] || raadsel [N 07 (1961)] || raadseltje [N 07 (1961)]
III-3-2
|
| 27904 |
raam |
venster:
vɛ ̝nstǝr (L353p Eksel
[(+)]
)
|
Zie kaart. Een van glas voorziene opening waardoor het buitenlicht naar binnen valt. In het onderzoeksgebied worden de woorden 'venster' en 'raam' ook wel gebruikt voor de houten of metalen omlijsting waarin de vensterruit wordt geplaatst. In het Standaardnederlands zijn de woorden 'raam', 'venster' en 'glas' onzijdig, in de meeste Limburgse dialecten echter vrouwelijk. Wanneer door de invullers nadrukkelijk een vrouwelijk genus werd opgegeven, is achter de betreffende plaatscode een (+) opgenomen. [N 55, 37; RND 49; A 46, 10a; L mon.; monogr.; Vld.]
II-9
|
| 33575 |
raapstelen |
kelen:
kelen (L353p Eksel)
|
De jonge gesteelde bladeren van de kleine witte meiraap die in het voorjaar als groente gegeten worden; raapstelen (kelen, rieten, steeltjes). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 19057 |
raar, vreemd |
vreemd:
die is hei vreumd (L353p Eksel)
|
Die is hier vreemd. [ZND 08 (1925)]
III-1-4
|
| 21361 |
raaskallen |
bazelen:
ps. geprobeerd om te spellen, maar ken het Eksels dialect niet!
bōͅəzələn (L353p Eksel)
|
onzin praten, raaskallen [revelen, raaskallen, wauwelen, lullen, bazelen] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 28447 |
raat |
schuif:
sxø̜wf (L353p Eksel)
|
Een raat is een schijf gevormd door twee lagen met de rug tegen elkaar liggende zeszijdige cellen. Ze wordt door de bijen gemaakt voor het opkweken van de larven en voor het opbergen van honing in de winter. Het bouwsel is van was. [N 63, 13a; L 1a-m; S 3; A 25, 10; JG 1a+1b; JG 2b-5, 3; Ge 37, 53; monogr.]
II-6
|
| 19224 |
raden |
raden:
kunde ge dè raoiere (L353p Eksel),
roajen (L353p Eksel),
Met aftelrijmpje werd een medespeler aangewezen. Hij heeft een persoon in gedachte en ieder op beurt mag een vraag stellen. Wie meent de gezochte persoon te weten mag die noemen en als dit goed blijkt dan mag hij op zijn beurt een persoon bedenken. Indien iemand fout raadt mag hij niet meer meedoen en het spel gaat verder met de andere spelers tot men de juiste persoon gevonden heeft.
minse roajen (L353p Eksel),
Zoals mensen raden, maar in plaats daarvan voorwerpen, landen, stromen en rivieren, steden, enz.
naamen roajen (L353p Eksel)
|
Kunt ge dat raden? [ZND 06 (1924)] || Mensen raden. || Namen raden. || raden [N 07 (1961)]
III-1-4, III-3-2
|