| 17719 |
sperma |
wiks:
wieks (Q003p Genk)
|
Sperma: het mannelijke zaad (zaad, natuur, sperma, wieks) [N 106 (2001)]
III-1-1
|
| 24247 |
sperwer |
sperwer:
sperrewer (Q003p Genk),
sperver (Q003p Genk)
|
sperwer [Willems (1885)]
III-4-1
|
| 33513 |
sperziebonen |
sokkererwten:
sòkkeraert (Q003p Genk),
-
sókkeraert (Q003p Genk),
stopjesbonen:
stepkesboenne (Q003p Genk),
-
stepkesboenne (Q003p Genk)
|
struikbonen || struikboon || suikererwt
I-7
|
| 28513 |
speurbijen |
vliegbijen:
vliegbijen (Q003p Genk)
|
Werksters die een paar dagen voordat een bijenvolk gaat zwermen, gaan zoeken naar een nieuwe woning. Spleten en reten, holle bomen, schoorstenen en lege korven zijn mogelijke woonplaatsen. [N 63, 31a]
II-6
|
| 32234 |
spie van de schei |
spie/spij:
spęj (Q003p Genk)
|
Houten pen die door een opening in het uiteinde van de schei wordt gestoken en deze aan de buitenkant van de berrie vastzet. Zie ook het lemma ɛscheiɛ in wld I.13, pag. 40.' [JG, 1a]
II-12
|
| 30443 |
spie van het anker |
ijzeren spij:
ęjzǝrǝ spęj (Q003p Genk)
|
De spie waarmee schieter en sleutel met elkaar verankerd kunnen worden. Zie ook afb. 72. [N 31, 38c; monogr.]
II-9
|
| 19804 |
spiegel |
spiegel:
spigǝl (Q003p Genk),
spiəgəl (Q003p Genk)
|
De naad tussen kraag en revers, waar de kraag aan de revers wordt gehecht. [N 59, 122a] || spiegel
II-7, III-2-1
|
| 21430 |
spieken |
afkijken:
aofkīēkə (Q003p Genk)
|
spieken; Hoe noemt u bij een proefwerk stiekum gebruik maken van een boek of een papiertje/ [DC 48 (1973)]
III-3-1
|
| 22401 |
spiertje trekken |
spiertje trekken:
spierke trekke (Q003p Genk)
|
loten met gras of lucifers (bijv. wie de langste trekt) [spiertje trekken, getuigen, tuigen] [N 112 (2006)]
III-3-2
|
| 21373 |
spijbelen |
hagenschool lopen:
hāyəsjōl lōpə (Q003p Genk),
heggenschool:
hegəsjoͅ:əl (Q003p Genk)
|
Hoe noemt men het heimelijk, zonder medeweten van de ouders, wegblijven van school? [Lk 03 (1953)]
III-3-1
|