| 17813 |
komen |
komen:
kōmə (L164p Gennep),
kŏŏme (L164p Gennep)
|
komen [RND], [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 19699 |
komfoor |
oliestel:
ólisteͅl (L164p Gennep)
|
petroleumtoestel
III-2-1
|
| 20764 |
komijnekaas |
juddespek:
jødəspɛk (L164p Gennep),
pitjeskaas:
Syst. Eijkman
petjəskēͅs (L164p Gennep)
|
Komijnekaas (kantert, kemuuniekaas?) [N 16 (1962)] || komijnekaas (scherts)
III-2-3
|
| 18826 |
kommervol (zijn): kommer |
veel zorgen en pijn:
veul zörg en pien (L164p Gennep)
|
vol leed en zorg [diepzinnig, kommervol] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 20005 |
konijn |
konijn:
knie(.)nd (L164p Gennep),
knient (L164p Gennep)
|
konijn [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 24322 |
konijnenhol |
hol met pijpen:
WLD
hôl mit pīēpə (L164p Gennep)
|
Hoe noemt u het in de grond uitgegraven verblijf van een konijn (kneut, pijp, potje) [N 83 (1981)]
III-4-2
|
| 21266 |
koning |
koning:
koͅniŋ (L164p Gennep),
kŭnning (L164p Gennep),
kø̜neŋ (L164p Gennep)
|
De zware staande as die bij de Hollandse molen de drijfkracht van de roeden overbrengt vanaf het aswiel via wieg of bovenbonkelaar en spoorwiel naar de rondsels van de staakijzers. Zie ook afb. 64.23. [N O, 50d; Sche 40; monogr.; A 42A, 14] || koning [RND], [SGV (1914)]
II-3, III-3-1
|
| 22518 |
koning en vrouw van een kleur in een hand |
stuk:
støk (L164p Gennep)
|
Koning en vrouw van één kleur in één hand [stuk]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 28400 |
koningin |
moer:
mōr (L164p Gennep),
mūr (L164p Gennep)
|
Het enige volmaakt vrouwelijke dier in een bijenkolonie. Geslachtelijk is de koningin gelijk aan de werkbij, maar in het larvestadium is de aanstaande koningin gevoed met hoogwaardige voedingsstoffen, de koninginnegelei, en de werkbij niet. In ieder volk is slechts één koningin aanwezig. Haar enige taak bestaat in het leggen van eieren. Zij kan bevruchte of onbevruchte eieren leggen. Uit de bevruchte eieren ontstaan werkbijen of eventueel koninginnen, uit de onbevruchte komen de darren. Een koningin kan een leeftijd van vier à vijf jaar bereiken. Is zij niet meer in staat eieren te leggen en daardoor nutteloos geworden voor de kolonie, dan wordt de oude koningin vervangen door een nieuwe. [N 63, 12d; S 3, L 1a-m; JG 1a + 1b; JG 2b-5, 12; R 3, 42; Ge 37, 37; A 9, 3; monogr.]
II-6
|
| 26090 |
koningpot |
koningpot:
koningpot (L164p Gennep)
|
De pot op de draagbalk waar de pen van de onderkant van de koning in draait. [N O, 50l; N D, add.]
II-3
|