| 30705 |
olieverven |
oligsverven:
ǭǝlexs˲vɛrǝvǝ (Q203p Gulpen)
|
Schilderen met olieverf. [N 67, 66a]
II-9
|
| 23150 |
olifant |
olifant:
Karte 109.
olifant (Q203p Gulpen)
|
Elefant.
III-3-2
|
| 17916 |
omarmen |
omarmen:
umerreme (Q203p Gulpen),
snappen:
schnappen (Q203p Gulpen)
|
omvatten, Met gestrekte armen ~ (vademen, omvademen, spannen, omarmen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 23455 |
omgang van de toren |
ommegang:
dr ummegank van dr taoëre (Q203p Gulpen)
|
De omgang, de trans van de toren. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 33664 |
omheinde wei |
afgepaalde wei:
āfgǝpǭldǝ węi̯ (Q203p Gulpen)
|
Een met prikkeldraad of anderszins afgemaakte wei. Een groot aantal opgaven was wei. Deze opgaven zijn in dit lemma niet gedocumenteerd. Voor de fonetische documentatie van wei zie men lemma 1.3.6 ɛweiɛ.' [N M, 4b; L 32, 45; monogr.]
I-8
|
| 33745 |
omheinen |
afmaken:
āfmākǝ (Q203p Gulpen),
afpalen:
āfpø̄lǝ (Q203p Gulpen),
afrasteren:
afrasteren (Q203p Gulpen)
|
Iets omgeven met een omheining, meest van toepassing op een weiland. [N 14, 63; L 32, 45; A 25, 9; Gwn 16, 11; Vld.; monogr.]
I-8
|
| 23479 |
omheining van het kerkhof |
kerkhofmuur:
kerkhofmoer (Q203p Gulpen)
|
De muur, de omheining van het kerkhof [toen, toun, tuun?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 33737 |
omheining van ijzeren spijlen |
hek:
hɛk (Q203p Gulpen),
ijzeren gitter:
ijzeren gitter (Q203p Gulpen)
|
Omheining van ijzeren spijlen of staven. [A 25, 4e]
I-8
|
| 33736 |
omheining van opstaande latjes |
gel√§nder (du.):
gǝlɛndǝr (Q203p Gulpen),
hek:
hęk (Q203p Gulpen)
|
Omheining getimmerd van opstaande latjes, meestal rond een tuin of hof. [A 25, 4d; monogr.]
I-8
|
| 33735 |
omheining van palen |
beschot:
bǝsxǫt (Q203p Gulpen),
hek:
hɛk (Q203p Gulpen)
|
Omheining van palen, verbonden door enkele latten of ruwe planken. [A 25, 4c; monogr.]
I-8
|