| 33994 |
haverzak |
kopzak:
kǫp˲zak (L322p Haelen)
|
Zak, gevuld met haver, die men een ingespannen paard omhangt om het te laten eten. [N 13, 90; monogr.]
I-10
|
| 24167 |
havik |
havik:
havik (L322p Haelen)
|
sperwer / havik (35 / 55 vrij ronde vleugels en lage staart; gestreepte onderkant, gele ogen; komen onverwachts laag aanvliegen en grijpen dan de verraste prooi; de kleine soort vaak op trek; s winters ook in stad en dorp; de grote broedt zeldzaam in g [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 24480 |
hazelaar |
hazenotenstruik:
-
hasenotestroek (L322p Haelen)
|
hazelnoot - boom (Colylus Avellana L.) [DC 17 (1949)]
III-4-3
|
| 21000 |
hazelnoot |
hazenoot:
-
hasenoat (L322p Haelen)
|
hazelnoot - vrucht (Colylus Avellana L.) [DC 17 (1949)]
III-4-3
|
| 24320 |
hazenleger |
leger:
Veldeke
leger (L322p Haelen),
WLD
leegər (L322p Haelen, ...
L322p Haelen)
|
Hoe noemt u de vaste ligplaats van een haas (leger, lechter, pot) [N 83 (1981)]
III-4-2
|
| 21897 |
hebzuchtig |
hebberig:
höbberig (L322p Haelen)
|
een sterke begeerte naar geld hebben [hebbig, gewarig, greeg (zijn)] [rijven] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 19534 |
hecht van een mes |
heft:
heft (L322p Haelen)
|
handvat van een mes (hecht, heft) [N 20 (zj)]
III-2-1
|
| 24988 |
heen en weer (bewegen) |
op en af:
op en aaf laupe (L322p Haelen)
|
heen en weer lopen [op en aaf lope] [N 07 (1961)]
III-4-4
|
| 24607 |
heermoes |
kattenstaart:
kattesjtert (L322p Haelen),
kattestaart:
katǝštɛrt (L322p Haelen),
paard(s)staart:
pɛrtstɛrt (L322p Haelen),
paardsstaart:
-
pèrdstert (L322p Haelen)
|
Equisetum arvense L. [DC 17 (1949)] || Equisetum arvense L. Zeer algemeen voorkomend onkruid uit de paardestaart-familie (Equisetum L.) op bouwland, grasland, tuinen en bermen met een rechtopstaande holle stengel, die geleed is en gemakkelijk uiteen te trekken. Op de grens van de afzonderlijke leden bevindt zich een krans van schubben, die de bladeren vertegenwoordigen. Deze sporenplant bloeit van april tot mei en varieert in hoogte van 10 tot 80 cm. In het algemeen bekender onder de familienaam paardestaart. L 214a: "De volksmond zegt dat onderaan de wortel van de katǝstart een gouden knøpkǝ zit." L 250: "Gedroogde blaadjes worden als medicinale thee gebruikt bij pijnlijke urinelozing." De samenstellingen met -staarts zijn verschoven vormen van staart; vergelijk het lemma Ploegstraat in aflevering I.1, blz. 62. [A 17, 5; A 49B, 4; monogr.] || paardestaart
I-5, III-4-3
|
| 18015 |
hees, schor |
hees:
heis (L322p Haelen)
|
schor, schor zijn [ruigsen, hees, gees zijn] [N 10 (1961)]
III-1-2
|