| 18346 |
lap op een schoen |
stukje:
stukske (L322p Haelen)
|
lap op een schoen, stukje leer waarmee het bovenleer wordt gerepareerd [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 18933 |
last, moeilijkheid |
last:
last (L322p Haelen)
|
het moeilijk zijn [slameur, last] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19297 |
lastig (werken) |
lastig:
lestig (L322p Haelen),
moeilijk:
meujlik (L322p Haelen),
ongemakkelijk:
ongemekkelik (L322p Haelen),
zwaar:
zjwaor (L322p Haelen)
|
niet zonder moeite of inspanning volbracht of afgedaan kunnend worden, niet gemakkelijk [difficiel, delicaat, ongemakkelijk, onklaar, zwaar moeilijk] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19289 |
lastig zijn |
vervelen:
vervaele (L322p Haelen)
|
tot last zijn, kwelling veroorzaken [vervelen, klieren, sarren, tergen, hengelen, kneuten, kneuteren, donderjagen, moesjanken,vernooien, verleden] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 21812 |
lastigvallen |
hinderen:
hinjere (L322p Haelen),
plagen:
plaoge (L322p Haelen),
storen:
sjteure (L322p Haelen)
|
iemand bij zijn werk storen of ophouden [plagen, steken, hinderen] [N 85 (1981)]
III-3-1
|
| 33384 |
latierboom |
disselboom:
desǝlbǫu̯m (L322p Haelen)
|
Een horizontale balk die twee paarden van elkaar scheidt, meestal hangend aan kettingen, ook wel vast verbonden. In plaats van een hangende balk kan er ook een eenvoudige en niet al te hoge tussenwand zijn. Met een box is een afgeschutte ruimte voor één paard bedoeld; de tussenwand maakt dan deel uit van de box. [N 5A, 59d; monogr.]
I-6
|
| 34642 |
latwerk |
raam:
raam (L322p Haelen)
|
Latwerk dat op de berries van de kruiwagen gelegd werd, ten einde het laadvlak te vergroten. [N 18, 101; JG 1d]
I-13
|
| 25226 |
lauw weer |
laf (weer):
laf waer (L322p Haelen)
|
loommakend, gezegd van het weer [lui] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 25036 |
lawaai maken |
laweit maken:
leweit make (L322p Haelen)
|
lawaai, herrie maken [laweiten, laweit maken, gellen] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 25035 |
lawaai, herrie |
leven:
laeve (L322p Haelen),
spektakel:
sjpektakel (L322p Haelen)
|
een dooreenmengeling van sterke geluiden [leven, herrie, geweld, lawaai, spektakel, rumoer] [N 91 (1982)]
III-4-4
|