| 32676 |
lijnogen |
lijnhouders:
līnhǭi̯ǝrs (L322p Haelen)
|
Boven aan de voorploeg van bepaalde karploeg-typen bevindt zich een lat, waarvan de uiteinden zijn voorzien van of eindigen in een ring of schroefvormige krul, waar men de ploeglijn doorheen haalt. Deze "ogen" houden de dubbele ploeglijn gescheiden en voorkomen, dat ze bij het keren onder in de voorploeg verward zou raken of met de grond in aanraking zou komen. Bij een ander (wentel)ploegtype fungeert de brede beugelvormige handgreep van de dieptehefboom als leidselhouder. [N 11, 31.II.j; N 11A, 97j + 98b]
I-1
|
| 20492 |
likken |
lebberen:
lebbere (L322p Haelen),
lekken:
lèkkə (L322p Haelen)
|
likken; Hoe noemt U: Met de tong over iets heen en weer gaan om zo het voedsel op te nemen (likken, lekken, leppen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 20725 |
limburgse kaas |
hervese kaas:
hervse kîês (L322p Haelen),
stinkkaas:
stinkkees
stinkkîês (L322p Haelen)
|
Limburgse kaas, Hervese kaas (stinkkaas, rommedoe?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 33676 |
limburgse klei |
löss:
løs (L322p Haelen),
lø̜s (L322p Haelen)
|
Vraag N 27, 42 vroeg naar benamingen voor löss of ø̄Limburgse kleiø̄ en vraag N 27, 45 naar die voor de ø̄bruine, taaie, Limburgse klei, vooral langs hellingenø̄. Op grond van de antwoorden zijn deze vragen tot √©√©n lemma versmolten. Van Dale (elfde druk, blz. 1610) definieert löss als volgt: ø̄vruchtbare, weinig plastische leemsoort, licht vuilgeel of roodgeel van kleur, in Nederland ook wel Limburgse klei genoemdø̄. [N 27, 42; N 27, 45; N 27, 33]
I-8
|
| 20904 |
limonade |
limonade:
limmenaad (L322p Haelen),
men zegt tegenwoordig veel zuuge ipv zoeke
limmenaad (L322p Haelen)
|
limonade door een rietje zuigen [DC 35 (1963)]
III-2-3
|
| 21478 |
liniaal |
liniaal:
liniaal (L322p Haelen)
|
een dunne rechte lat met een maatverdeling om er lijnen langs te trekken [liniaal, linie, regel, regelet] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 34091 |
linkerachterkwartier |
achterste kwartier links:
ɛxǝlstǝ kǝrtēr leŋks (L322p Haelen)
|
Het kwartier van de uier links achter. In de vraagstelling stond erbij wat betreft de positie van de kwartieren "van achteren gezien". [N 3A, 116b]
I-11
|
| 33765 |
linkerkant van het paard |
binnenkant:
benǝkanjt (L322p Haelen)
|
Kant waar de voerman het paard leidt. [N 8, 9 en 10]
I-9
|
| 34090 |
linkervoorkwartier |
voorste kwartier links:
vø̄rstǝ kǝrtēr leŋks (L322p Haelen)
|
Het kwartier van de uier links voor. In de vraagstelling stond erbij wat betreft de positie van de kwartieren "van achteren gezien". [N 3A, 116a]
I-11
|
| 17617 |
lip |
lip:
lup (L322p Haelen, ...
L322p Haelen)
|
lip [DC 01 (1931)]
III-1-1
|