| 19057 |
raar, vreemd |
aardig:
ook materiaal znd 8, 045
oidich (P048p Halen),
vies:
ook materiaal znd 19a, 003
vis (P048p Halen),
vreemd:
dīə ɛs hi vrømt (P048p Halen)
|
Die is hier vreemd. [ZND 08 (1925)] || zonderling, vreemd [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
| 33577 |
radijs |
radijs:
radēs (P048p Halen)
|
[ZND 41 (1943)]
I-7
|
| 18167 |
rafel |
fringel:
frengelen (P048p Halen),
kettel:
kettelen (P048p Halen)
|
Rafels. Hoe noemt men de rafels die afhangen aan zeer versleten kleren ? [ZND 41 (1943)]
III-1-3
|
| 19576 |
ragebol |
halve maan:
halefmuwən (P048p Halen),
m. mv. b\\st\\ls zeer lange steel. Wordt gebruikt om vensters op een hoge afstand te kuisen
haləfmuən (P048p Halen),
vegenshoofd:
vɛ̄gəshyət (P048p Halen)
|
borstel; inventarisatie benamingen; betekenis/uitspraak [N 20 (zj)] || ragebol, bolvormige borstel waarmee spinnewebben worden verwijderd [N 26 (1964)]
III-2-1
|
| 19977 |
rammelaar |
rijder:
rēͅər (P048p Halen)
|
rammelaar, mannetje konijn [Goossens 1b (1960)]
III-2-1
|
| 33578 |
rammenas |
rammenas:
rammenets (P048p Halen)
|
[ZND 41 (1943)]
I-7
|
| 18413 |
rand van een hoed |
kant:
kant (P048p Halen),
rand:
rand (P048p Halen)
|
luifel, overstekende rand van een hoed [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 20515 |
ranzig |
bedorven:
verzamelfiche, ook mat. van ZND 1a-m
(bedurft) (P048p Halen)
|
garstig [ZND 23 (1937)]
III-2-3
|
| 33207 |
rapen |
rapen:
rāpǝ (P048p Halen)
|
De aardappelen oprapen en in een mand bijeen doen, achter de rooiers of achter de rooiende ploeg aanlopend. [N 12, 21; JG 1a, 1b; monogr.; add. uit N 12, 18; A 23, 17d; Lu 1, 17d]
I-5
|
| 19558 |
rasp |
rasp:
rasp (P048p Halen),
vr rasp\\
rasp (P048p Halen)
|
rasp (rief, raspel, raps) [N 20 (zj)]
III-2-1
|