| 20778 |
groente |
groentes:
WLD
greuntəs (L328p Heel)
|
De gewassen die door mensen als voedsel worden gebruikt in het algemeen (groente, potazzie). [N 82 (1981)]
III-2-3
|
| 33503 |
groente, algemeen |
groentes:
WLD
greuntəs (L328p Heel)
|
De gewassen die door mensen als voedsel worden gebruikt in het algemeen (groente, potazzie). [N 82 (1981)]
I-7
|
| 20595 |
groenten bij elkaar zoeken |
groentjes afdoen:
greuntjəs ááf dōōn (L328p Heel)
|
Hoe noemt U: Groenten bij elkaar zoeken (moezelen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 21328 |
groentevrouw |
groentevrouw:
greuntjevrouw (L328p Heel)
|
groentevrouw [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 21329 |
grof |
grof:
groeaf (L328p Heel),
grǭf (L328p Heel)
|
Gezegd van een paard met zware poten. Een aantal antwoorden is opgenomen in het lemma ''zwaar paard'' (4.5.1), omdat het daar eerder thuishoort. [N 8, 64b] || grof [SGV (1914)]
I-9, III-3-1
|
| 17547 |
grof gebouwd |
fors:
fors (L328p Heel),
grof:
groeəf (L328p Heel)
|
Grof gebouwd: groot, zwaar (struis, grof). [N 84 (1981)] || zwaar van lichaamsbouw [grof, stug, struis] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 17549 |
grof gebouwde vrouw |
machochel:
en megochel (L328p Heel),
molenpaard:
(sterk en fors gebouwd).
ei mèùlepère (L328p Heel),
serdelbeer:
(grof, mager, leelijk).
eine serdelbieer (L328p Heel),
tottel:
(dik en log, weinig elegant).
ein tóttel (L328p Heel)
|
fors gebouwde vrouw [megochel, schommel] [N 07 (1961)]
III-1-1
|
| 33321 |
grond waarop de boerderij staat |
hoeve:
hūǝf (L328p Heel)
|
Vaak zijn boerderijen op een natuurlijke lichte verhoging in het terrein gebouwd. Naast de meer algemene benamingen van de plek waarop het bedrijf ligt, vinden we dan ook enkele specifiek op die hoogte betrekking hebbende benamingen. Ze staan achter in het lemma bijeen. [N 5A, 74a; A 10, 1; monogr.]
I-6
|
| 33674 |
grond, aarde |
aarde:
ē̜rt (L328p Heel),
grond:
gronjtj (L328p Heel)
|
De algemene benaming. [S 1, 7, 11, 42; Wi 52; R III, 5, 6, 7, 8; L A1, 150; Vld.; N 18, add.; monogr.]
I-8
|
| 30722 |
gronden |
in de grondverf zetten:
en ǝ grontj˲vęrǝf ˲zetǝ (L328p Heel)
|
Een grondverflaag aanbrengen. [N 67, 72a]
II-9
|