| 33736 |
omheining van opstaande latjes |
spalier:
špalēr (Q113p Heerlen)
|
Omheining getimmerd van opstaande latjes, meestal rond een tuin of hof. [A 25, 4d; monogr.]
I-8
|
| 33735 |
omheining van palen |
afrastering:
āfrastǝreŋ (Q113p Heerlen)
|
Omheining van palen, verbonden door enkele latten of ruwe planken. [A 25, 4c; monogr.]
I-8
|
| 33734 |
omheining van takken |
balie:
baj (Q113p Heerlen),
tuin:
tuǝn (Q113p Heerlen)
|
Omheining van een erf of een stuk land, gevlochten van takken. [A 25, 4b; monogr.]
I-8
|
| 17917 |
omhelzen |
lief krijgen:
leefkrieje (Q113p Heerlen),
omarmen:
umärme (Q113p Heerlen)
|
omhelzen [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 17850 |
omhooggaan |
rijzen:
reezə (Q113p Heerlen),
stijgen:
sjtīēgə (Q113p Heerlen)
|
rijzen: Naar boven gaan, omhooggaan (rijzen, stijgen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 33792 |
omhulsel van het teellid |
sloek:
šlūx (Q113p Heerlen)
|
Schede van de roede. [JG, 1b; N 8, 36 en 37b]
I-9
|
| 28617 |
omjagen |
omzetten:
ømzętǝ (Q113p Heerlen)
|
Het omkloppen van twee ongelijke volken. Beide volken worden uit hun woning gejaagd, geklopt, elk in een lege korf of jaagkorf. Daarna wordt het zwakke volk in de woning van het sterke gedaan en vice versa, waarop de korven weer op hun plaats in de stal worden gezet. Het resultaat is dat de bijen van het sterke volk naar de korf van het zwakke vliegen (Gelens 1963, pag. 23). [N 63, 93b; N 63, 93c; monogr.]
II-6
|
| 28370 |
omkeerrol |
keerrol:
kiǝrrǫl (Q113p Heerlen
[(Emma)]
[Domaniale]),
kīrrol (Q113p Heerlen
[(Oranje-Nassau I-IV)]
[Oranje-Nassau II, Emma, Hendrik]),
omkeerrol:
omkiǝrrǫl (Q113p Heerlen
[(Emma)]
[Wilhelmina]),
ømkiǝrrǫl (Q113p Heerlen
[(Emma)]
[Emma])
|
Rol aan het eind van de bandtransporteur waarover de band weer wordt teruggevoerd. [N 95, 642; monogr.]
II-5
|
| 25652 |
omkeren |
draaien:
driǝnǝ (Q113p Heerlen)
|
Kadetjes of andere broodjes omdraaien tijdens de rijsperiode. De informant van L 312 merkt op dat "kappen" is een gleuf maken in de kadetjes. [N 29, 96a; monogr.]
II-1
|
| 29056 |
omslag |
omslag:
ømšlāx (Q113p Heerlen)
|
Omslag in het algemeen. Boord of rand, doorgaans van verschillende stof of kleur, of met borduurwerk voorzien, welke aan de hals, de mouwen enz. van kledingstukken bevestigd is en bestemd is om omgeslagen of omgevouwen te worden. [N 62, 34e; MW]
II-7
|