| 17595 |
ooglid |
ooglid:
ooglid (L165p Heijen)
|
Ooglid - Als men de ogen sluit, gaat er iets dat men een klepje zou kunnen noemen, over het oog heen. Hoe noemt men dit klepje? [DC 39 (1965)]
III-1-1
|
| 33023 |
oogst -opbrengst |
oogst:
[oogst] (L165p Heijen)
|
Oogst in de betekenis van "een goede oogst" of "de oogst staat er goed voor"; het tweede deel van deze laatste uitdrukking is ondergebracht in het volgende lemma. Voor de fonetische documentatie van de woordtypen [oogst], [bouw] en [bouwt], zie het lemma ''oogst -werkzaamheden'' (4.1.2); de in dit lemma gedocumenteerde varianten van oogst komen daar ofwel in het geheel niet voor, ofwel (soms) als een wezenlijk andere variant. [N 15, 11; L 5, 29; L 39, 39; S 27; monogr.; add. uit N 15, 10 en12]
I-4
|
| 33022 |
oogst -werkzaamheden |
oogst:
ǫst (L165p Heijen)
|
Het geheel van de werkzaamheden; het zelfstandig naamwoord. Zie ook Fsa, I, kaart 9. In vergelijking met N 15, 7 ("alle oogstwerkzaamheden te zamen") levert N 15, 8 ("graanoogst") in het geheel geen nieuw materiaal op; overal worden samenstellingen met graan (zie het lemma ''graan, koren'' 1.2.1) en van de opgave van N 15, 7 opgegeven. In het materiaal S 27 staan beide woorden oogst, eerst in de betekenis "het geheel van de werkzaamheden" en daarna in die van "opbrengst", onder elkaar en dat heeft waarschijnlijk suggestief gewerkt, vandaar de talrijke gelijkluidende antwoorden in het lemma ''oogst -opbrengst'' (4.1.3). Voor de behandeling van de varianten van het type oogst, vergelijk de toelichting bij het lemma ''oogsten'' (4.1.1). [N 15, 7 en 8; S 27; Wi 52; NE 3.V, 6g; monogr.; add. uit L 40, 8]
I-4
|
| 33486 |
oogstappel |
boutappel:
bo.wtappel (L165p Heijen)
|
appel
I-7
|
| 24220 |
ooievaar |
ooievaar:
ojjevoar (L165p Heijen)
|
ooievaar [SGV (1914)]
III-4-1
|
| 20356 |
oom |
oom:
eum (L165p Heijen),
ooeme (L165p Heijen),
oome (L165p Heijen),
ōōme (L165p Heijen),
oompje:
iemke (L165p Heijen)
|
oom [SGV (1914)] || oom, mijnheer, heer || oom; Bestaan er verschillende woorden voor een oom van vaders- en van moederskant? [DC 05 (1937)] || oompje
III-2-2
|
| 17757 |
oor |
oor:
oor (L165p Heijen)
|
oor [DC 01 (1931)]
III-1-1
|
| 17615 |
oorlel |
oorlel:
oorlel (L165p Heijen)
|
oorlel [DC 01 (1931)]
III-1-1
|
| 24361 |
oorworm |
oorrakel:
oorraokel (L165p Heijen)
|
oorworm
III-4-2
|
| 20056 |
oostindische kers |
honingtuitje:
hoeningtuutje (L165p Heijen, ...
L165p Heijen)
|
Oostindische kers
I-7, III-2-1
|