| 20468 |
manziek |
heet:
heit (Q187a Heugem)
|
manziek [heet] [N 10C (zj)]
III-2-2
|
| 23428 |
maria-altaar |
maria-altaar:
maria-altaor (Q187a Heugem)
|
Het (zij)altaar dat toegewijd is aan O.L. Vrouw en waarop of waarboven haar beeltenis prijkt [Maria-altaar]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23396 |
mariabeeld |
onze-lieve-vrouwebeeld:
slevrouwebeeld (Q187a Heugem),
slevrowwebeeld (Q187a Heugem)
|
Een beeld van Maria met of zonder het kind Jezus op de arm. [N 96B (1989)] || Een beeld van Maria, de moeder van Jezus [Moeder Gods, Moeder Godes, Lievevrouwenbeeld, Mariabeeld?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23589 |
marialied |
marialiedje:
marialeedsje (Q187a Heugem)
|
Een Marialied. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23746 |
mariascapulier |
onze-lieve-vrouwescapulier:
slevrouwesjabbeleer (Q187a Heugem)
|
Een Maria-scapulier (Marias livrei?). [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 22739 |
marmeren beeld |
beeld:
marmer beeld (Q187a Heugem),
marmere beeld (Q187a Heugem),
ne marmer beeld (Q187a Heugem)
|
Marmeren beeld. [N 06 (1960)]
III-3-2
|
| 24350 |
marter |
marter:
Endepols
merter (Q187a Heugem, ...
Q187a Heugem)
|
Hoe noemt u een soort marter, tot 48cm lang, met een staart tot 26cm. Het is een slank roofdier met donkerbruine pels en witte borstvlek die tot de binnenzijde van de voorpoten doorloopt (fluwijn) [N 83 (1981)] || Hoe noemt u het slanke roofdiertje, geelbruin tot donkerbruin, met lange dekharen. De kop is spits met grote oorschelpen, het lichaam is lang en lenig. Het heeft een lange staart en korte poten; marter (fluwijn) [N 83 (1981)]
III-4-2
|
| 33044 |
mathaak |
zichtehaak:
zextǝnhǭk (Q187a Heugem)
|
Doorgaans licht gebogen ijzeren tand aan een houten steel, die bij het maaien met de zicht gebruikt wordt om het graan bij het eigenlijke inkappen op te tillen en om het afgeslagen graan bij elkaar te trekken. In de volgende plaatsen geen specifieke benaming bekend: L 316, 317, 355, 356, 358, 363, 365, 366, 368, 413. Voor de fonetische documentatie van het woorddeel [zicht]- zie het lemma ''zicht'' (4.3.1). Vergelijk ook de betekeniskaart 30 bij het lemma ''zicht'' (4.3.1) voor de geografische uitbreiding van pik in de betekenis "zicht" naast die van pik in de betekenis "mathaak". Zie afbeelding 5. [N 18, 72 en 73; JG 1a, 1b, 2c; A 14, 10; L 45, 10; R 3, 66; Gwn 7, 5; monogr.; add. uit N 11, 88; N 15, 16c en 16g; A 4, 28; A 23, 16.2; L 20, 28; Lu 1, 16.2]
I-4
|
| 18414 |
matrozenpakje |
matrozenpakje:
metrozenpëkske (Q187a Heugem),
eigen spellingsysteem
matrozepekske (Q187a Heugem)
|
matrozenpakje (soort jongenskostuum) [N 26 (1964)]
III-1-3
|
| 23682 |
meditatie |
meditatie (<fr.):
meditatie (Q187a Heugem)
|
Een meditatie, geestelijke overweging. [N 96B (1989)]
III-3-3
|