| 25014 |
punt, stip |
punt:
puntj (L292p Heythuysen)
|
een zeer klein rond teken, een punt [stip, tikske] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 29959 |
punthamertje |
tegelhamertje:
tēgǝlhē̜mǝrkǝ (L292p Heythuysen)
|
Hamertje waarmee men gaatjes in een tegel kan slaan. De kop van het hamertje heeft daartoe doorgaans een kegelvormig, spits toelopend uiteinde. In Q 98 werd voor het maken van gaatjes in een tegel een 'boortje' ('bø̄rkǝ') gebruikt. [N 32, 42c]
II-9
|
| 17594 |
pupil |
pupil:
pupil (L292p Heythuysen)
|
Pupil: het donkere gedeelte van het oog dat wijder of nauwer wordt naarmate er meer of minder licht in valt. [N 84 (1981)]
III-1-1
|
| 30086 |
put |
bultig:
bøltjex (L292p Heythuysen),
krom:
krom (L292p Heythuysen)
|
Terugwijkend gedeelte van het metselwerk van een muur. [N 31, 47a]
II-9
|
| 24227 |
putter |
distelvink:
distelvink (L292p Heythuysen)
|
putter
III-4-1
|
| 22726 |
raadsel(tje) |
raadsel(tje):
e rèù:tselke (L292p Heythuysen),
en rao:dsel (L292p Heythuysen),
en raodsel (L292p Heythuysen),
en rödselke (L292p Heythuysen)
|
raadsel [N 07 (1961)] || raadseltje [N 07 (1961)]
III-3-2
|
| 27904 |
raam |
venster:
venstǝr (L292p Heythuysen
[(+)]
)
|
Zie kaart. Een van glas voorziene opening waardoor het buitenlicht naar binnen valt. In het onderzoeksgebied worden de woorden 'venster' en 'raam' ook wel gebruikt voor de houten of metalen omlijsting waarin de vensterruit wordt geplaatst. In het Standaardnederlands zijn de woorden 'raam', 'venster' en 'glas' onzijdig, in de meeste Limburgse dialecten echter vrouwelijk. Wanneer door de invullers nadrukkelijk een vrouwelijk genus werd opgegeven, is achter de betreffende plaatscode een (+) opgenomen. [N 55, 37; RND 49; A 46, 10a; L mon.; monogr.; Vld.]
II-9
|
| 32812 |
raam van de cultivator |
raam:
dǝ rām (L292p Heythuysen)
|
De ijzeren staven die samen het draagraam van de cultivator vormen. [N 11A, 151h; monogr.]
I-2
|
| 32825 |
raam van de landrol |
welraam:
wɛlrām (L292p Heythuysen)
|
Het door twee lange en twee korte balkjes gevormde raam waarin of waaronder de rol of cylinder kan draaien. Zie afb. 81 en 82. [JG 1a + 2c; JG 1b add.; N 11A, 184b + c + 185b; monogr.]
I-2
|
| 19057 |
raar, vreemd |
raar:
raar (L292p Heythuysen),
vreemd:
vraemdj (L292p Heythuysen),
vreemdj (L292p Heythuysen)
|
raar [DC 02 (1932)] || vreemd: Hoe luidt in uw dialect het woord - [DC 19 (1951)]
III-1-4
|