| 23207 |
geloven |
geloven:
geleuëve (Q039p Hoensbroek),
gleuven (Q039p Hoensbroek)
|
Geloven [gleuve, geluuëve, gluive]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 25188 |
geluid van naderend onweer |
donderen:
dondere (Q039p Hoensbroek),
hommel:
hoemel (Q039p Hoensbroek),
rommelen:
römelen (Q039p Hoensbroek)
|
een dof, rollend geluid maken, gezegd van bijv. de donder [rommelen, rederen, meutelen] [N 91 (1982)] || eerste rommelen dat in de verte te horen is wanneer er een onweer op komst is [meutelen] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 17710 |
geluidloos een wind laten |
zich get op de haren doen:
Plaatselijk.
zich get op de hoare dōēë (Q039p Hoensbroek),
zich op de buidel trappen:
zich òp d`r buul treeëne (Q039p Hoensbroek)
|
geluidloos een wind laten [feuze, bussinge] [N 10c (1995)]
III-1-1
|
| 19273 |
gelukken |
slagen:
slage (Q039p Hoensbroek)
|
een voorspoedige afloop hebben, kunnen slagen [lukken, vergaan, bedoen, boteren, gelukken] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19220 |
geluksvogel; altijd geluk hebben |
bofkont:
bôfkont (Q039p Hoensbroek)
|
iemand die altijd geluk heeft [zwijnjak, boffer, bidzalig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19227 |
gemakkelijk |
gemakkelijk:
gemekkelig (Q039p Hoensbroek),
handig:
hendig (Q039p Hoensbroek),
op zijn gemak:
op zie gemaak (Q039p Hoensbroek)
|
geen moeite of inspanning vereisend, niet moeilijk [licht, handig, gemakkelijk, zacht, lichtelijk, goed, makkelijk, gemak, spelegaans] [N 85 (1981)] || gemakkelijk [DC 02 (1932)] || op zijn gemak [DC 02 (1932)]
III-1-4
|
| 19226 |
gemakkelijkste wijze; gemakkelijkst; gemakkelijk maken |
aanpassen:
aanpassen (Q039p Hoensbroek)
|
de manier van handelen die het makkelijkst en aangenaamst is [pas] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 24850 |
gemalen schors |
looi:
ideosyncr.
loei (Q039p Hoensbroek)
|
Gemalen schors (looi). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 22441 |
gemaskerd persoon |
vastenavondsgek:
vastenavondsgek (Q039p Hoensbroek)
|
Een persoon met een masker voor [maskeraad, mom, vastenavondsgek]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 21718 |
gemeentebelasting |
gemeentelasten:
gemĕentelasten (Q039p Hoensbroek)
|
de belasting die slechts voor één gemeente of stad geldt [octrooi, binnenboek, gemeentelasten] [N 90 (1982)]
III-3-1
|