id | Begrip | Trefwoord: dialectopgave (plaats) | Omschrijving |
---|---|---|---|
34368 | varkenston | varkenstijn: vɛrkǝstin (Holtum), varkenston: vɛrkǝston (Holtum) | Ton om gekookt varkensvoer in te bewaren. Zie voor de benamingen van "varkensketel" het lemma ''varkensketel'' in wld I.6 (2.2.11). [N 18, 131; monogr.] I-12 |
33393 | varkenstrog | brijzelbak: brisǝlbak (Holtum) | De vaste voerbak in een varkenshok voor het vloeibare voedsel. [N 5A, 60d; A 4, 4d; L 8, 19; L 20, 4d] I-6 |
33396 | varkenswei | ren: rɛn (Holtum), varkensloop: vɛrkǝs˱løi̯p (Holtum) | De met een houten schutting of prikkeldraad omheinde ruimte in de open lucht waar de varkens lopen. Vaak wordt de boomgaard als varkenswei gebruikt. [N 5A, 61a; N 76, 41a; A 10, 9e] I-6 |
18427 | vaste boord | kraag: kraag (Holtum) | kraag, vaste halsboord van een overhemd [N 23 (1964)] III-1-3 |
23579 | vaste misgezangen | vaste gezangen: vaste gezange (Holtum), vaste gezangen van de mis: vaste gezange van de mes (Holtum) | De vaste misgezangen [Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Agnus Dei]. [N 96B (1989)] III-3-3 |
33363 | vaste voer- en drinkbak | krib: krøp (Holtum) | De opgemetselde bak of goot, soms in vakken verdeeld, die vóór de koeien langs loopt, waaruit de koeien eten en drinken. De hoogte van de bak verschilt van plaats tot plaats. Het water wordt het laatst in de bak gedaan. De bak is dan meteen schoon. Zie ook het vorige lemma "voer- en drinkgoot" (2.2.14). Zie ook afbeelding 10 bij het lemma "koeienstand" (2.2.23). [N 5A, 37b; N 4, 76; N 5, 96; L 1, a-m; L A1, 174; S 19; Wi 4; monogr.; add. uit N 5A, 37a; A 10, 10] I-6 |
18547 | veel te wijde broek | flodderboks: flodderbôks (Holtum), wijde boks: wie bôks (Holtum) | broek, veel te wijde ~ [flodderboks] [N 23 (1964)] III-1-3 |
23659 | veertigurengebed | veertigurengebed: veertig oere gebed (Holtum), viertigoeregebed (Holtum) | Het veertigurengebed: de drie dagen = veertig uur durende aanbidding van het uitgestelde Allerheiligste, gehouden b.v. tijdens de carnavalsdagen. [N 96B (1989)] III-3-3 |
33358 | veevoerkookketel | machinesketel: mašinskētǝl (Holtum) | De ketel waarin het voer voor het vee gekookt en gemengd wordt. In deze ketel wordt ook wel de was gekookt. Soms worden het voer voor de koeien en dat voor de varkens in dezelfde ketel bereid, meestal echter niet; zie het lemma "varkensketel" (2.2.11). De ketel kan apart, los zijn of (moderner) vast (als een ronde bak met een deksel en een aftapkraan) met een vuur verbonden zijn dat er onder brandt. Aan dit laatste doen vooral de benamingen stookketel, stoomketel en machinesketel denken. De inhoud is dan 100 liter of meer, de hoogte van het geheel ongeveer 150 cm en de doorsnede ruim 100 cm. Zie ook afbeelding 8 bij het lemma "voorstal" (2.2.5). [N 5 A, 35b; N 4, 57; monogr.] I-6 |
23494 | veldkruis | veldkruis: veldjkruus (Holtum), veljtkruuts (Holtum) | Een kruisbeeld in het veld, langs de openbare weg opgericht [veldkruis, devotiekruis?]. [N 96A (1989)] III-3-3 |