| 23856 |
processiepaaltjes in de grond slaan |
pollevietjes in de grond kloppen:
pə`levikes en de grond kloppe (P219p Jeuk)
|
Processiepaaltjes in de grond slaan [pöälchere zetse]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23858 |
processiestrooisel |
strooisel:
strouwdsel (P219p Jeuk)
|
Strooisel bestaande uit bloemen, stukgesneden stengels en bladeren en stroopsel van varens waarmee de straten versierd worden [sjtreupsel]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23861 |
processievaantjes |
processiedrapeautjes (<fr.):
persessedrapeauwkes (P219p Jeuk)
|
De vaandeltjes die in de processiestoet worden meegedragen [persessieveendelkes]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23930 |
profeet |
profeet:
profeeit (P219p Jeuk)
|
Een profeet [profieët]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 19272 |
profiteren |
profiteren:
profiteire (P219p Jeuk),
van de okkeadje profiteere (P219p Jeuk)
|
een goed, nuttig gebruik maken, voordeel trekken van een gelegenheid [blaaien, profiteren, luizen] [N 85 (1981)] || Van de gelegenheid (occasie) profiteren. [ZND 40 (1942)]
III-1-4
|
| 18221 |
pronken |
stoefen:
stoefe (P219p Jeuk),
stoefen (P219p Jeuk)
|
in het oog lopend opgeschikt, in het openbaar zich voordoen, pralen [pronken, prijken, spiegelen, pralen] [N 86 (1981)] || Pronken, prijken. In het oog lopend opgeschikt, in het openbaar zich voordoen, pralen [stoefen, spiegelen, stansen] [N 114 (2002)]
III-1-3
|
| 21698 |
prop |
bol:
Van Dale: I. bol, 3. voorwerp van min of meer zuiver ronde gedaante, bal; - prop; - ...
bol (P219p Jeuk),
prop:
prop (P219p Jeuk)
|
een bal van samendrukbaar materiaal, bijv. papier [dompel, bol, prop] [N 91 (1982)]
III-3-1
|
| 20456 |
prostituée |
hoer:
Note v.d. invuller: een hoer woont in een kaber-/haberdouche (? - eerste letter van dit woord is niet goed te lezen!).
hoer (P219p Jeuk),
wie naar de hoeren gaat + hoerejeejer
hoer (P219p Jeuk)
|
prostituée, publieke vrouw [hoer, lichtvink, deerne, blaar] [N 115 (2003)], [N 86 (1981)]
III-2-2
|
| 18403 |
pruik |
pruik:
prik (P219p Jeuk),
pruk (P219p Jeuk),
toupet (fr.):
toupet (P219p Jeuk)
|
kunstmatig vervaardigde haarbedekking, valse haardos [kalot, pruik] [N 86 (1981)] || Pruik. Kunstmatig vervaardigde haarbedekking, valse haardos [pruik, calotte, toupet] [N 114 (2002)]
III-1-3
|
| 18985 |
pruilmond |
mof:
moef (P219p Jeuk)
|
een mond die men trekt als men pruilt [zie vr.199] [pruilmond, troesmond] [N 85 (1981)]
III-1-4
|