28000 |
koolbank |
kolenbank:
koǝlǝbank (Q121p Kerkrade
[(Domaniale / Wilhelmina)]
[Julia]),
schicht:
šix (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Maurits])
|
Een koollaag bestaat in de regel uit verschillende bankjes kool die onderling gescheiden zijn door laagjes steen of doorgroeid gesteente. Langs deze gelaagdheid laat de kool los. [N 95, 476; monogr.]
II-5
|
28014 |
koolfront |
front:
front (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV]),
kolenfront:
koalǝfront (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Laura, Julia]),
koǝlǝfrǫnt (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Julia])
|
De zijde in de lengterichting van de pijler die in de steenkoollaag vooruitgedreven wordt. [N 95, 474; monogr.; N 95, 398; Vwo 432]
II-5
|
28393 |
koolgruis |
gries:
jres (Q121p Kerkrade
[(Domaniale / Wilhelmina)]
[Julia]),
kolengries:
koǝlǝjres (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Emma])
|
Koolgruis. Jongeneel (pag. 42/49) maakt onderscheid tussen "mascherang" en "pof". Met de eerste term duidt hij kolengruis met grote stukken aan, met de tweede kolengruis met kleine stukken. Zie ook de lemmata Stukkool en Schachtkool. [N 95, 465; monogr.]
II-5
|
28007 |
koolhouwer |
koolhouwer:
koalhø̜jǝr (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Beringen, Zolder, Houthalen, Zwartberg, Winterslag, Waterschei, Eisden])
|
Mijnwerker die in de steenkoollaag werkt. Zijn arbeid bestaat uit het losmaken van de steenkool, het scheppen van de losgemaakte kolen in de transportinstallatie en het plaatsen van ondersteuningen in de vrijgekomen ruimte. [N 95, 144; monogr.; Vwo 386; Vwo 433; Vwo 442]
II-5
|
27997 |
koollaag |
flöz:
flø̜ts (Q121p Kerkrade
[(Domaniale / Wilhelmina)]
[Willem-Sophia]),
kolenflöz:
koǝlǝflø̜ts (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Domaniale]),
kolenlaag:
koǝlǝlāx (Q121p Kerkrade
[(Wilhelmina)]
[Oranje-Nassau I]),
kǭǝlǝloǝx (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Domaniale]),
laag:
loǝx (Q121p Kerkrade
[(Emma)]
[Laura, Julia])
|
[N 95, 186; N 95, 472; monogr.]
II-5
|
24192 |
koolmees, mees |
keesmuts:
moets of mus met pseudoklankverschuiving?
kiesmoets (Q121p Kerkrade),
keesmutsje:
kieës’müts-je (Q121p Kerkrade),
kîêsmuutsje (Q121p Kerkrade),
mees:
mees, dim. mieës-je (Q121p Kerkrade),
meesje:
mieës-je (Q121p Kerkrade, ...
Q121p Kerkrade)
|
Hoe heet de koolmees? [DC 06 (1938)] || koolmees || koolmees (14 flinkste en bekendste der boombuitelaars; gele zijkanten; broedt in allerlei gaten, ook bij huizen; roep vaak [tie-ta] of [tie-tie-ta] [N 09 (1961)] || mees
III-4-1
|
28097 |
koolploeg, koolschaaf |
hobel:
hōbǝl (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Willem-Sophia]),
kolenploeg:
koǝlǝplox (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Domaniale]),
machine:
mašiŋ (Q121p Kerkrade
[(Wilhelmina)]
[Winterslag, Waterschei]),
ploeg:
plox (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Eisden]),
schaaf:
šāf (Q121p Kerkrade
[(Domaniale / Wilhelmina)]
[Willem-Sophia]),
schaafploeg:
šāfplox (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Domaniale])
|
Toestel voor het losmaken en laden van steenkool. De koolploeg snijdt en breekt de steenkool los en stuwt die opzij in een transporteur die onmiddellijk naast de koolploeg ligt. De transporteur dient niet alleen voor de afvoer van de kolen, maar ook als geleiding voor de koolploeg om de ploeg op zijn plaats te houden en tegen de steenkoolwand te drukken. Telkens na het voorbijgaan van de ploeg moet de transporteur weer verder naar het koolfront worden geschoven. Daartoe dienen persluchtcylinders, die om de vijf a zes meter aan de transporteur zijn bevestigd en achtereenvolgens worden bediend. De "PF 0" die men in de mijnen van Winterslag en Waterschei gebruikt, is volgens de invuller uit Q 3 een "Schnellhobel" met een snelle kettingtransporteur; de "PF I" en "PF II" daarentegen zijn langzamere typen met een brede kettingtransporteur. "PF" is een afkorting voor Panzerförderer. [N 95, 597; N 95, 599; monogr.; Vwo 379; Vwo 673; Vwo 718]
II-5
|
28098 |
koolploegmotor |
aandrijf:
andrif (Q121p Kerkrade
[(Wilhelmina)]
[Domaniale]),
ādrif (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Domaniale]),
aandrijfmotor:
ādrīfmōtǝr (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Wilhelmina]),
aandrijvung:
ādrīvuŋ (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Domaniale]),
ploegmotor:
ploxmōtǝr (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Julia])
|
De motor van de schaafploeg. De opgave "to-ramul" uit Q 35 verwijst naar een speciale manier van aandrijving van de schaafploeg. Daarbij brengt een elektromotor via een vloeistofkoppeling en tandwielkast de ramulkast in beweging, die op haar beurt, na bekrachtiging door lucht, voor de schaafkettingaandrijving zorgt. Met deze uitvoering kan de schaafsnelheid onafhankelijk van de transporteur worden geregeld (MBK III pag. 33). [N 95, 605a]
II-5
|
28013 |
koolpost |
kolenpost:
koalǝpos (Q121p Kerkrade
[(Domaniale)]
[Maurits]),
koǝlǝpǫs (Q121p Kerkrade
[(Domaniale / Wilhelmina)]
[Julia])
|
Werkpunt aan het koolfront. [N 95, 473; monogr.]
II-5
|
21016 |
koolraap |
konrabel:
ideosyncr.
konrabele (Q121p Kerkrade),
reube:
ideosyncr.
rubbe (Q121p Kerkrade)
|
De koolsoort die aan de stronk vlak boven de grond ronde raapvormigeknollen heeft die eetbaar zijn (raapkool, koolrabie, koolraap, bagger, knolraap). [N 82 (1981)] || Koolraap; de dikke vlezige wortel (onder de grond) van de plant met dezelfde naam die als groente of als veevoer wordt gebruikt (koolraap, raapkool, knolraap). [N 82 (1981)]
I-7
|