| 24739 |
stam uit een haag |
stengel:
ideosyncr.
sjtengel (Q121p Kerkrade)
|
Een stam uit een haag (port). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 24579 |
stam van de boom |
stam:
sjtam (Q121p Kerkrade),
ideosyncr.
sjtam (Q121p Kerkrade)
|
boomstam || Het deel van een boom van de wortels tot aan de takken (stam, bol). [N 82 (1981)]
III-4-3
|
| 24728 |
stam van de knotwilg |
stam:
sjtam (Q121p Kerkrade),
stam (Q121p Kerkrade)
|
de ± 2 m. hoge stam van de knotwilg [DC 13 (1945)] || knotwilgstam [DC 13 (1945)]
III-4-3
|
| 30038 |
stampbeton |
stampbeton:
štamp˱[beton] (Q121p Kerkrade)
|
Betonsoort die wordt verkregen door de aardvochtige betonspecie met houten of stalen stampers zo lang te bewerken totdat het water erin aan de oppervlakte komt. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel '-(beton)' het lemma 'Beton'76521. [N 30, 47b; monogr.]
II-9
|
| 26871 |
stamper |
betonstempel:
bǝtǫŋštɛmpǝl (Q121p Kerkrade),
grondstempel:
jroŋkštɛmpǝl (Q121p Kerkrade),
stemper:
štɛmpǝr (Q121p Kerkrade)
|
Blok, voorzien van één of twee handvatten, dat wordt gebruikt om zand- en kalkkluiten fijn te maken, beton aan te stampen en aarde vast te drukken. Een stamper kan van hout of ijzer vervaardigd zijn. Zie ook afb. 7. [N 30, 20; monogr.]
II-9
|
| 20677 |
stamppot |
ondereengekookt:
Syst. WBD
ònger-eej-jekaort (Q121p Kerkrade),
ondereengekookts:
‧ongeree-gekògs (Q121p Kerkrade),
pot gemeus:
potgemus (Q121p Kerkrade)
|
Stamppot, heel in het algemeen [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 22730 |
standbeeld |
standbeeld:
sjtambilt (Q121p Kerkrade)
|
standbeeld [RND]
III-3-2
|
| 30590 |
standolie |
standöl:
štant˱ø̜al (Q121p Kerkrade)
|
Lijnolie die gedurende 8 à 10 uur tot 3000 C. werd verhit. De lijnolie wordt daardoor stroperig en lichtgeel of groen van kleur. [N 67, 13d]
II-9
|
| 30602 |
standolieverf |
standverf:
štant˲vɛrǝf (Q121p Kerkrade)
|
Verf die is samengesteld uit oude standolie, terpentijnolie en zuivere verfstoffen. Standolieverf wordt vooral voor schilderwerk binnenshuis gebruikt. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel '-(verf)' het lemma 'Verf'. [N 67, 19d]
II-9
|
| 33847 |
stapvoets gaan |
stappen:
štapǝ (Q121p Kerkrade)
|
De langzaamste gang van het paard (stap, draf, galop) waarbij de vier voeten in de volgende volgorde opgeheven en weer neergezet worden: links achter, links voor, rechts achter, rechts voor, links voor, rechts achter, rechts voor en links achter. Zijn de vier hoefslagen niet duidelijk hoor- en zichtbaar, dan noemt men de stap onregelmatig. Zie afbeelding 8. [N 8, 81a]
I-9
|