| 24877 |
herik |
herik:
hērek (L298p Kessel),
hɛrek (L298p Kessel),
-
herik (L298p Kessel),
herrik (L298p Kessel)
|
herik (Sinapis arvensis) [DC 17 (1949)] || Sinapis arvensis L. Zeer algemeen voorkomend onkruid op bouwland en in open bermen met goudgele bijeenstaande bloempjes en zaden in de vorm van zeer dunne opstaande boontjes. Het bloeit van mei tot september. De lengte varieert van 30 tot 80 cm. Het is ook bekend onder de oude naam krodde of wilde mosterd. Dit onkruid wordt vaak verward met knopherik (Raphanus raphanistrum L.), waar het sterk op lijkt. Knopherik komt meer voor op zandige akkers en bermen, terwijl de zaden groter zijn evenals de bloempjes, waarvan de kleur kan variëren van wit tot donkergeel en paars. Het bloeit van juli tot augustus en wordt 20 tot 60 cm hoog. Bij de opgaven wordt door een aantal informanten op dit verschil gewezen. Melm is droge akkergrond. Zie Goossens 1964; 1970 en 1988, 95-108. [N C, 2; JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 17, 12; A 43, 12; monogr.]
I-5, III-4-3
|
| 34145 |
herkauwen |
neringen:
nēreŋǝ (L298p Kessel),
nēreŋǝn (L298p Kessel)
|
Het eerst niet of nauwelijks gekauwde, in de voormaag gedeeltelijk verteerde voedsel opnieuw verwerken. Zie afbeelding 7. [JG 1a, 1b, 1c, 2c; A 4, 13; L 14, 26; L 14, 88; L 20, 13; S 13; monogr.]
I-11
|
| 24458 |
hermelijn |
wezel:
wezel (L298p Kessel)
|
hermelijn [DC 07 (1939)]
III-4-2
|
| 17779 |
hersenen |
hersens:
herses (L298p Kessel)
|
hersenen [SGV (1914)]
III-1-1
|
| 23258 |
het angelus luiden |
angelus:
angelus (L298p Kessel, ...
L298p Kessel)
|
Het angelus luiden aan het begin van de avond [het luidt......?] [de koster luidt......?]. [N 96A (1989)] || Het angelus luiden rond het middaguur [het luidt......?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 19647 |
het gras maaien |
(het) gras maaien:
graas mèje (L298p Kessel)
|
Wat is bij u de uitdrukking voor \'het gras afmaaien\'? (afdoen, afsnijden) [N 104 (2000)]
III-2-1
|
| 19638 |
het licht aandoen |
het licht aanmaken:
⁄t lich aanmake (L298p Kessel)
|
Wat zegt u tegen \'het licht aansteken\'? (aandoen, aanmaken, aandraaien) [N 104 (2000)]
III-2-1
|
| 23609 |
het misboek omdragen |
omdragen:
omdrage (L298p Kessel)
|
Het misboek omdragen, van de epistel- naar de evangeliezijde van het altaar brengen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23983 |
het schuifje krijgen |
het schuifje krijgen:
sjuufke kriege (L298p Kessel)
|
Het gebruik om het schuifblad in de biechtstoel te sluiten wanneer de biecht wordt uitgesteld en de biechteling niet geholpen kan worden omdat er redenen zijn om aan het berouw of aan het vervullen van de voldoening te twijfelen [het deurken/vensterken kr [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 19768 |
het vuur aansteken |
aanstoken:
aanstoaken (L298p Kessel)
|
aanstoken [SGV (1914)]
III-2-1
|