e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... dialect=Q111p plaats=Klimmen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
damesmantel mantel: mantel (Klimmen, ... ), mentels (Klimmen) damesmantel; inventarisatie huidige uitdrukkingen; betekenis/uitspraak [N 25 (1964)] || damesmantel; inventarisatie vero uitdrukkingen; betekenis/uitspraak [N 25 (1964)] || mantel [SGV (1914)] || mantels (mv.) [SGV (1914)] III-1-3
damesonderbroek onderbroek: vroeger "brook  ongerbrook (Klimmen), vrouwluibroek: vrouwlujbrook (Klimmen) Onderbroek voor vrouwen. [DC 62 (1987)] III-1-3
damesschoen met hoge of halfhoge hak queen (eng.): [Van Dale: queenie (Eng.), damesschoen met puntneus, slanke leest en lage, dunne hak]  kwīēns (Klimmen) damesschoenen met hoge of halfhoge hak [N 24 (1964)] III-1-3
damp, stoom gadem: gaam (Klimmen, ... ), stoom: sjtoum (Klimmen) adem, wasem || damp van kokend water [DC 28 (1956)] || stoom [SGV (1914)] III-4-4
dampen dampen: dampen (Klimmen), paven: paavə (Klimmen), pave (Klimmen) paffen; Hoe noemt U: Op een hoorbare manier roken; geweldig veel roken (paffen, plotsen) [N 80 (1980)] || Wat zegt u in uw dialect tegen \"dampen\"? (dampen, dompen, doempen) [N 104 (2000)] III-2-1, III-2-3
dampen, wasemen gamen: game (Klimmen) wasemen III-4-4
dar dreen: drę̄n (Klimmen) Het mannelijk dier in het bijenvolk. De dar is geboren uit een onbevruchte eicel. In de bijenwoning doet hij niets anders dan eten. Zijn enige functie is het helpen warm houden van het broed door zijn aanwezigheid. Onmisbaar zijn de darren voor de bevruchting van de jonge koningin. Na de paring sterft de dar. De darren worden in mei of vlak daarna geboren. Als het bijenjaar ten einde spoedt, in augustus of september, worden de darren verdreven door de werksters en sterven zij. De dar heeft geen angel. Voor het woorddeel (-bij) leest men de woordtypen bij/bie en bien. In welke plaatsen deze woordtypen respectievelijk voorkomen, ziet men in het lemma Bij. Voor de fonetische documentatie ervan wordt ook verwezen naar het lemma Bij. [N 63, 12c; S 3; L 1a-m; JG 1a + 1b; JG 2b-5, 2; R 3, 42; A 9, 2; Ge 37, 2; monogr.] II-6
darm darm: derm (Klimmen) darm [DC 02 (1932)] III-1-1
darmsalmonellose het mager: ’t mager (Klimmen) Kent U hiervoor een oudere volkse benaming? [N 93 (1983)] III-3-2
darmwormen wormen: wörm (Klimmen) Hoe noemt U in Uw dialect de volgende ziekten: inwendige parasieten of darmwormen in het algemeen? [N 93 (1983)] III-3-2