| 22109 |
losplaats |
losplaats:
losplaatsj (Q111p Klimmen),
lossingsplaats:
lossingsplaatsj (Q111p Klimmen)
|
de plaats waar de duiven gelost worden (losplaats, lossingsplaats of dergelijke, dus niet de naam van een stad invullen)? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 18697 |
losse linnen halsboord |
bandje:
béndje (Q111p Klimmen),
linnen bandje:
liene bendje (Q111p Klimmen)
|
halsboord, losse linnen ~ [beurdje, hemdsband] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18699 |
losse manchet |
losse manchet:
losse manzjaette (Q111p Klimmen),
manchet:
manzjaette (Q111p Klimmen)
|
manchet, los [hemdsband, toet] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 33729 |
losse paal met draad |
sluit:
šlēt (Q111p Klimmen)
|
Losse paal met draad waarmee men de wei kan afsluiten. [N 14, 68c; N 7, 48b; L B 19, 6; A 25, 8]
I-8
|
| 21218 |
losse plankbrug |
vlonder:
vlonder (Q111p Klimmen)
|
een brug die bestaat uit losse planken (vlonder, vonder, til, tilling, kwaak, vondel) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 33395 |
losse voerbak in de varkenswei |
trog:
[trog] (Q111p Klimmen)
|
Gewoonlijk worden de varkens binnen gevoerd. Soms echter gebruikte men een losse voerbak voor buiten, in de varkenswei; over deze laatste bak gaat het in dit lemma. Zie voor de fonetische documentatie van (trog) het lemma "varkenstrog" (2.4.3). [N 5A, 61b]
I-6
|
| 33365 |
losse voerbak voor runderen |
krib:
krøp (Q111p Klimmen),
trog:
trǭx (Q111p Klimmen),
voerbak:
vōrbak (Q111p Klimmen)
|
Een losse bak of kuip waarin men het voer aan de koeien voorzet. Bedoeld wordt een bak waar meer dan één rund uit eet (en soms ook drinkt). Waar deze draagbare en ouderwetse bak niet (meer) bekend is, werden benamingen voor de vaste voerbak opgegeven (krib, trog en hun samenstellingen). Oorspronkelijk diende de krib voor het droge voedsel voor runderen en paarden en de trog voor het natte voedsel voor de varkens, maar in de praktijk lopen de termen dooreen. Sommige opgaven betreffen mogelijk ook het vak voor één koe van de in vakken verdeelde voerbak. Vergelijk de lemmata "voer- en drinkgoot" (2.2.14) en "vaste voer- en drink- en voerbak, krib" (2.2.15). [N 5A, 37c; N 18, 130; monogr.]
I-6
|
| 18317 |
losse zak onder de rok |
geldbuidel:
geldbŭŭŭl (Q111p Klimmen),
geldtas:
geld-tésj (Q111p Klimmen)
|
tas, losse ~, zak of buidel die onder de rok wordt gedragen [N 24 (1964)]
III-1-3
|
| 29632 |
losse zijwand van de kruiwagen |
zijbred:
(mv)
zijbrē̜r (Q111p Klimmen)
|
[N 98, 47; monogr.]
II-8
|
| 28253 |
losvloer |
losvloer:
losvlūr (Q111p Klimmen
[(Oranje-Nassau I / III / IV)]
[Oranje-Nassau I, Oranje-Nassau II, Oranje-Nassau III, Oranje-Nassau IV])
|
De plaats waar de mijnwagens uit de liftkooi worden gelost. Bij de hoofdschachten bevindt zich de losvloer in de schachttoren, bij blinde schachten is de mijngang die bij het bovenste gedeelte van de schacht uitloopt meteen de losvloer (Vanwonterghem pag. 187). [N 95, 691; monogr.; Vwo 484; Vwo 655; Vwo 767]
II-5
|