| 18077 |
een verkoudheid hebben |
een kou hebben:
`ch həb ĕnə kā oͅbə bōͅs (Q074p Kortessem),
ich heb ne kaa op be bòs (Q074p Kortessem),
ich həb enə kā op men hat (Q074p Kortessem),
ich həb nə kā op də boͅs (Q074p Kortessem),
een snotvalling hebben:
ich hub `n snotvalling (Q074p Kortessem)
|
Ik heb een kou op de borst. [ZND 22 (1936)] || verkouden
III-1-2
|
| 33877 |
een veulen werpen |
veulen:
vøi̯.lǝ (Q074p Kortessem)
|
Als de weeën toenemen, gaat de merrie liggen. De geboorte begint, als de vliezen breken en het vruchtwater wegloopt. [JG 1a, 1b; N 8, 52]
I-9
|
| 32707 |
een weide scheuren |
groes akkeren:
grūs˱ [akkeren] (Q074p Kortessem)
|
Een weide scheuren is het omploegen van weiland, vooral om het daarna als akkerland te gebruiken. Voor (delen van) varianten die hieronder in de [... [JG 1a + 1b + 1c + 1d; N 11, 42a + b + c; N 11A, 114 + 115a + b; monogr.]
I-1
|
| 34542 |
eend |
eend:
jɛi̯.nj (Q074p Kortessem)
|
[JG 1a, 1b, 1c, 2c; S 18; S 49; L 1a-m; NE II, 55; Vld.; L A1, 48; monogr.]
I-12
|
| 18851 |
eenvoudig |
simpel:
simpel (Q074p Kortessem)
|
eenvoudig
III-1-4
|
| 19119 |
eer |
eer:
eer (Q074p Kortessem)
|
eer
III-1-4
|
| 21568 |
eerder te weinig dan te veel gemeten |
kreeg gemeten:
das krieg gemieten (Q074p Kortessem),
krek gemeten:
dat is niet krek gemeten (Q074p Kortessem)
|
Hoe zegt men als een winkelier eerder te weinig dan te veel meet of weegt? Vertaal: Dat is ... gemeten, gewogen. [ZND 36 (1941)]
III-3-1
|
| 22038 |
eerste ei |
eerste ei:
joste ei (Q074p Kortessem)
|
Hoe heet verder: het eerste ei? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 23253 |
eerste luiden voor de mis |
voor de eerste keer luiden:
het heeft voor den eerste keer geluid (Q074p Kortessem)
|
Veelal wordt de kerkklok tweemaal gehoord voor men naar de mis gaat; hoe zegt men wanneer men ze voor de eerste maal hoort? [ZND 36 (1941)]
III-3-3
|
| 21564 |
eerste opbod |
bod:
ne bowət (Q074p Kortessem),
inzetten:
einzetten (Q074p Kortessem)
|
Eerste opbod bij een openbare verkoping. [ZND 36 (1941)]
III-3-1
|