| 21000 |
hazelnoot |
hazelnoot:
hazelneut (K317p Leopoldsburg),
hazenoot:
aaizeneujt (K317p Leopoldsburg)
|
hazelnoot [ZND 26 (1937)]
III-4-3
|
| 21897 |
hebzuchtig |
hebberig:
hebberig (K317p Leopoldsburg)
|
een sterke begeerte naar geld hebben [hebbig, gewarig, greeg (zijn)] [rijven] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 17857 |
heen en weer draaien |
wemelen:
weemələ (K317p Leopoldsburg)
|
Heen en weer draaien (drispelen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 17865 |
heen en weer schuiven |
wemelen:
weemələ (K317p Leopoldsburg)
|
Heen en weer schuiven (winaauwen, wiemelen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 21285 |
heer |
heer:
(h)i.ər (K317p Leopoldsburg)
|
heer [RND]
III-3-1
|
| 21151 |
heerbaan |
heerbaan:
heerbaan (K317p Leopoldsburg)
|
een grote, brede weg (dijk, heerbaan, heerstraat) [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 24607 |
heermoes |
paard(s)staart:
pɛ̄ǝrstat (K317p Leopoldsburg)
|
Equisetum arvense L. Zeer algemeen voorkomend onkruid uit de paardestaart-familie (Equisetum L.) op bouwland, grasland, tuinen en bermen met een rechtopstaande holle stengel, die geleed is en gemakkelijk uiteen te trekken. Op de grens van de afzonderlijke leden bevindt zich een krans van schubben, die de bladeren vertegenwoordigen. Deze sporenplant bloeit van april tot mei en varieert in hoogte van 10 tot 80 cm. In het algemeen bekender onder de familienaam paardestaart. L 214a: "De volksmond zegt dat onderaan de wortel van de katǝstart een gouden knøpkǝ zit." L 250: "Gedroogde blaadjes worden als medicinale thee gebruikt bij pijnlijke urinelozing." De samenstellingen met -staarts zijn verschoven vormen van staart; vergelijk het lemma Ploegstraat in aflevering I.1, blz. 62. [A 17, 5; A 49B, 4; monogr.]
I-5
|
| 18897 |
heerszuchtig |
heerszuchtig:
heerzuchtig (K317p Leopoldsburg)
|
een sterke neiging tot heersen of overheersen hebbend [heerzaam, heerzuchtig] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 18015 |
hees, schor |
hees:
hieës (K317p Leopoldsburg),
hieəsch (K317p Leopoldsburg),
īəs (K317p Leopoldsburg, ...
K317p Leopoldsburg)
|
hees [ZND A2 (1940sq)] || hij is hees (zijn stem is weg) [ZND 26 (1937)] || schor, schor zijn [ruigsen, hees, gees zijn] [N 10 (1961)]
III-1-2
|
| 19447 |
heg, haag |
haag:
haog (K317p Leopoldsburg)
|
Omheining bestaande uit geschoren kreupelhout of struikgewas (heg, haag, hoftuin) [N 79 (1979)]
III-2-1
|