| 28772 |
linnen, linnengoed |
linnen:
lenǝn (K317p Leopoldsburg),
linǝ (K317p Leopoldsburg)
|
Weefsel uit vlas- of hennepgaren vervaardigd. Lijnwaad. [N 62, 77; N 59, 201; N 62, 75f; L 1a-m; L 30, 30a; L 30, 30b; L B1, 95; MW; Wi 18 en 55; S 22; monogr.]
II-7
|
| 31436 |
lintzaagmachine |
lintzaag:
lent˲zǭx (K317p Leopoldsburg)
|
Stationaire machine voor het zagen van diverse materialen. Het zaagblad van de lintzaagmachine bestaat uit een stalen band zonder einde dat aan één kant van zaagtanden is voorzien en wordt aangedreven door een elektromotor. Het te zagen materiaal rust op een zaagtafel en wordt tegen het draaiende blad aangedrukt. Met de lintzaag kunnen ook gebogen zaagsnedes worden gemaakt. [N 50, 69; N 53, 16; monogr.]
II-12
|
| 17617 |
lip |
lip:
lip (K317p Leopoldsburg),
lippen (K317p Leopoldsburg),
lipə (K317p Leopoldsburg)
|
lip [RND] || rode lippen [ZND 30 (1939)]
III-1-1
|
| 32008 |
lip van de bankschroef |
lip:
lep (K317p Leopoldsburg),
nijplip:
nē̜plep (K317p Leopoldsburg)
|
Het verstelbare houten blok van de bankschroef waarmee een werkstuk tegen de rand van het werkbankblad geklemd kan worden. [N 53, 208k]
II-12
|
| 24541 |
lis (alg.) |
lelie:
leelus (K317p Leopoldsburg),
lelie (K317p Leopoldsburg),
lisbloem:
lisbloem (K317p Leopoldsburg)
|
lis [ZND 29 (1938)] || soorten lis [ZND 29 (1938)]
III-4-3
|
| 21824 |
lispelen (slissen) |
lispelen:
Van Dale: lispelen, 1. de s en z onduidelijk, met een eigenaardig zacht gesis uitspreken; - 2. met onduidelijke, zwakke stem uiten, fluisteren.
lispelen (K317p Leopoldsburg)
|
de s en de z onduidelijk, met een eigenaardig zacht gesis uitspreken [lispelen, tispelen, strisselen] [N 87 (1981)]
III-3-1
|
| 18967 |
list |
list:
list (K317p Leopoldsburg)
|
een slimme vondst die men toepast om zijn doel te bereiken zodat daardoor een persoon misleid wordt [list, fint] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 34133 |
loeien van de koe in het algemeen |
loeien:
lui̯ǝ (K317p Leopoldsburg)
|
[N 3A, 5a; JG 1a, 1b; Gwn V, 8; Wi 57; monogr.]
I-11
|
| 17721 |
loeren |
loeren:
loere (K317p Leopoldsburg)
|
kijken: loeren [lonke, luime] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 23311 |
lof |
lof:
tloͅf (K317p Leopoldsburg)
|
het lof [RND]
III-3-3
|