| 28973 |
rijgen |
rijgen:
rīgǝ (L289b Leuken),
trakelen:
trǭkǝlǝ (L289b Leuken),
trochelen:
trǭxǝlǝ (L289b Leuken)
|
Het voorlopig verbinden van een of twee delen aan elkaar met de rijgsteek, op tafel of op de hand. [N 59, 52b; N 59, 51a; N 59, 51b; N 62, 6; N 62, 7; L 1a-m; L 1u, 41; L B1, 75; Gi 1.IV, 19; MW; S 7; monogr.]
II-7
|
| 28853 |
rijggaren |
trakelgaren:
trǭkǝlgārǝ (L289b Leuken)
|
Grover soort garen, die men gebruikt om de patroondelen voorlopig aan elkaar vast te naaien (Gerritse, pag. 37). De antwoorden van de informanten zijn in twee delen gesplitst. De eerste groep bestaat uit woordtypen waarvan men het gebruik van het garen kan afleiden. De tweede groep woordtypen geeft niet alleen het gebruik aan, maar ook het materiaal waarmee men werkt. [N 59, 6b; N 62, 57; monogr.]
II-7
|
| 21435 |
rijk zijn |
in zijn geld zwemmen:
zwumme in zie geldj (L289b Leuken),
rijk zijn:
Opm. de ie is langgerekt.
riek zeen (L289b Leuken)
|
Inventarisatie uitdrukkingen voor: rijk zijn [rijk zijn, zwemmen in zijn geld, een groot fortuin hebben enz. enz.] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 21609 |
rijksdaalder |
rijksdaalder:
riksdaalder (L289b Leuken)
|
rijksdaalder, een ~ [vijftiger, knaak, ploegrol?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 25187 |
rijp vormen, rijpen |
rijmen:
rieme (L289b Leuken),
rouwvriezen:
rouw gevrore (L289b Leuken)
|
vriezen zodanig dat zich rijm op de bomen vormt [rouwvorsten, rijmen] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 25186 |
rijp, rijmx |
ijzel:
iezel (L289b Leuken),
rijm:
riem (L289b Leuken)
|
rijm, bevroren dauw of nevel die zich afzet op de takken [waterrijm, roevros] [N 22 (1963)]
III-4-4
|
| 33581 |
rijp, volgroeid |
rijp:
riêp (L289b Leuken)
|
rijp, volgroeid
I-7
|
| 33509 |
rijshout, bonenstaak |
erwtenrijs:
voor erwten
êrteriêzer (L289b Leuken)
|
rijshout
I-7
|
| 20603 |
rijstebrij |
rijstepap:
Syst. WBD
riesepap (L289b Leuken)
|
Rijstebrij (pötjesbulling?) [N 16 (1962)]
III-2-3
|
| 20737 |
rijstevlaai |
rijstevlaai:
riêstevlaaj (L289b Leuken),
Syst. WBD
rieseflaaj (L289b Leuken)
|
rijstevlaai || Vla bedekt met spijs van rijst [N 16 (1962)]
III-2-3
|