| 33994 |
haverzak |
kopzak:
kǫp˲zak (L211p Leunen)
|
Zak, gevuld met haver, die men een ingespannen paard omhangt om het te laten eten. [N 13, 90; monogr.]
I-10
|
| 24480 |
hazelaar |
hazelstruik:
hazelstroek (L211p Leunen),
hazenotenstruik:
-
hazenotestroek (L211p Leunen),
kronkelboom:
met grillig gevormde takken
krònkelboeëm (L211p Leunen)
|
hazelaar, soort || hazelnoot - boom (Colylus Avellana L.) [DC 17 (1949)] || hazelstruik [SGV (1914)]
III-4-3
|
| 21000 |
hazelnoot |
hazelnoot:
hazelnoot (L211p Leunen),
hazenoot:
-
hazenoot (L211p Leunen)
|
hazelnoot [SGV (1914)] || hazelnoot - vrucht (Colylus Avellana L.) [DC 17 (1949)]
III-4-3
|
| 24320 |
hazenleger |
hazenleger:
hazelaeger (L211p Leunen),
leger:
laeger (L211p Leunen)
|
hazeleger || leger ve haas
III-4-2
|
| 24413 |
hazenpad, wissel van een haas |
hazenpadje:
hazepedje (L211p Leunen)
|
hazepad, looppad ve haas
III-4-2
|
| 19534 |
hecht van een mes |
heft:
hèlft (L211p Leunen)
|
heft [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 24988 |
heen en weer (bewegen) |
op en af:
heej löpt op en af (L211p Leunen)
|
heen en weer lopen [op en aaf lope] [N 07 (1961)]
III-4-4
|
| 20199 |
heerbroer |
heerbroer:
hieërbruūr (L211p Leunen)
|
heerbroer
III-2-2
|
| 24607 |
heermoes |
kattenstaart:
kattestárt (L211p Leunen),
-
kattestárt (L211p Leunen),
kattestaart:
katǝstart (L211p Leunen)
|
Equisetum arvense L. [DC 17 (1949)] || Equisetum arvense L. Zeer algemeen voorkomend onkruid uit de paardestaart-familie (Equisetum L.) op bouwland, grasland, tuinen en bermen met een rechtopstaande holle stengel, die geleed is en gemakkelijk uiteen te trekken. Op de grens van de afzonderlijke leden bevindt zich een krans van schubben, die de bladeren vertegenwoordigen. Deze sporenplant bloeit van april tot mei en varieert in hoogte van 10 tot 80 cm. In het algemeen bekender onder de familienaam paardestaart. L 214a: "De volksmond zegt dat onderaan de wortel van de katǝstart een gouden knøpkǝ zit." L 250: "Gedroogde blaadjes worden als medicinale thee gebruikt bij pijnlijke urinelozing." De samenstellingen met -staarts zijn verschoven vormen van staart; vergelijk het lemma Ploegstraat in aflevering I.1, blz. 62. [A 17, 5; A 49B, 4; monogr.] || paardestaart, onkruid
I-5, III-4-3
|
| 20200 |
heerneef |
heerneef:
hieërnaef (L211p Leunen)
|
heerneef
III-2-2
|