| 34265 |
nieren |
niertjes:
nirkǝs (L211p Leunen)
|
Boonvormig orgaan dat dient tot afscheiding van de urine. De opgaven zijn alle meervoud. [N 28, 88d]
I-11
|
| 34153 |
niet behouden |
teruglopen (ww.):
(de koe)løpt tǝrøx (L211p Leunen)
|
Niet bevrucht. De koe wordt drie weken na de dekking weer tochtig. [N 3A, 32b]
I-11
|
| 34149 |
niet bevrucht |
gust:
gøst (L211p Leunen)
|
Niet bevrucht bij dekking, gezegd van de koe. [N C, 19; N C, 18]
I-11
|
| 25391 |
niet goed gebroeid |
verbrand:
vǝrbrant (L211p Leunen),
verbroeid:
vǝrbrø̜jt (L211p Leunen)
|
Als men bij het broeien te veel of te heet water gebruikt, is het effect averechts: de haren blijven dan erg vast op de huid zitten en laten zich niet gemakkelijk verwijderen. Opgaven als ''het varken is verbranden de huid is verbrand'' zijn versmolten tot één type "verbrand".' [N 28, 23; monogr.]
II-1
|
| 30331 |
niet haaks |
schiks:
sxeks (L211p Leunen)
|
Niet zuiver rechthoekig, gezegd van bijvoorbeeld een werkstuk. [N 53, 199b; monogr.]
II-12
|
| 18801 |
niet helder van geest |
halfwijs:
halfwies (L211p Leunen)
|
niet goed snik
III-1-4
|
| 26280 |
niet in elkaar grijpen |
achterkammen:
achterkammen (L211p Leunen),
voorbijlopen:
vø̄rbęjlōpǝ (L211p Leunen)
|
Gezegd van kammen en staven, respectievelijk raderen die niet goed in elkaar grijpen. Zie ook de toelichting bij het lemma ɛin elkaar grijpenɛ.' [Jan 114; Coe 88; Grof 111]
II-3
|
| 25386 |
niet meteen leegbloeden |
te wijd doorgestoken:
tǝwīt dørgǝstōkǝ (L211p Leunen)
|
Soms bloedt een varken niet meteen leeg. omdat het niet goed gestoken is. Gevraagd was naar een uitdrukking voor dit niet meteen leegbloeden. Dit heeft voor het lemma tot gevolg gehad, dat er verschillende grammaticale categorieën te weten werkwoorden, zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden, voltooide deelwoorden en zinnetjes in voorkomen. Bij een aantal woordtypen is het varken het subject, bij andere is subject de slachter en bij de overige woordtypen is subject het bloed, de ader of het hart. Deze verdeling is in het lemma aangebracht. [N 28, 15; monogr.]
II-1
|
| 18921 |
nietsnut |
laplander:
láplender (L211p Leunen),
lapzwans:
lápswâns (L211p Leunen),
strontkerel:
stroontkél (L211p Leunen),
vuilerd:
voelerd (L211p Leunen)
|
nietsnut || nietsnut, luilak || nietsnutter, onbehouwen vent || vent van niks, zonder inhoud
III-1-4
|
| 25172 |
nieuwe maan |
donkere maan:
donkere moan (L211p Leunen),
nieuwe maan:
Opm. dit is een zijw. uitdrukking (zijw. = zijwoord - zelfst. nw. te vervangen door het pers. vnw. "zij").
neej maon (L211p Leunen)
|
maan [donkere ~] [SGV (1914)] || nieuwe maan
III-4-4
|