| 18608 |
nachtjapon |
nachtjak:
nāxtjak (K278p Lommel),
nachtkleed:
naxtkleiət (K278p Lommel),
pon:
?
pon (K278p Lommel)
|
nachtjapon [nachtpon, bedjak, nachtjak, jak] [N 25 (1964)] || pon
III-1-3
|
| 18607 |
nachtkleren |
nachtkleren:
naxtkleiər (K278p Lommel)
|
nachtkleding in het algemeen [t naachtdinge] [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 24214 |
nachtzwaluw |
geitenmelker:
Frings, omgesp.
gɛ̄təmɛləʔər (K278p Lommel),
nachtzwats:
(nāxt)zwats (K278p Lommel)
|
nachtzwaluw (27 vrij zeldzame zomervogel; meest op de hei; bruin met allerlei streepjes en vlekjes; overdag onvindbaar; maakt geen nest; roep ratelend [errrrrr-orrrrr] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 20138 |
nageboorte |
nageboorte:
na.gəbort (K278p Lommel)
|
menselijke nageboorte [N 10C (zj)]
III-2-2
|
| 34179 |
nageboorte van de koe |
vuil:
vø̜̄l (K278p Lommel),
vø̜l (K278p Lommel)
|
[N 3A, 57a; JG 1a, 1b; A 33, 19b; monogr.]
I-11
|
| 33881 |
nageboorte van het paard |
(het) vuil:
ǝt ˲vø̜̄i̯l (K278p Lommel)
|
Moederkoek die na de geboorte van het veulen afkomt. [A 33, 19a; N 8, 54 en 55]
I-9
|
| 25410 |
nagels verwijderen |
nagels aftrekken:
nōgǝls aftrɛʔǝ (K278p Lommel)
|
De nagels worden meestal afgetrokken met de haak die aan de bovenkant van de krabber zit. Men kapt of snijdt ze ook wel af of wringt ze met de hand af. Alvorens de nagels te verwijderen houdt men ze in heet, zelfs kokend water. [N 28, 35; monogr.]
II-1
|
| 32986 |
nagewas |
herfst:
ɛrǝfst (K278p Lommel)
|
Het tweede gewas dat op een veld wordt geteeld nadat men er eerder al geoogst heeft. Bamis is een verkorting van ''Bavo-mis'', ofwel 1 oktober, feest van Sint Bavo; het heeft dan ook de betekenis van "herfst". Vergelijk het lemma ''zaaien, van nagewas'' (2.3). [JG 1a, 1b; monogr.]
I-4
|
| 25392 |
nagieten |
afspoelen:
afspylǝ (K278p Lommel)
|
Nadat de haren afgekrabd zijn, wordt het dier met koud water afgespoeld; enerzijds om achtergebleven haren en eventueel vuil te verwijderen, anderzijds om het nascheren gemakkelijker te maken. [N 28, 26]
II-1
|
| 32955 |
nagras, tweede hooioogst |
toemaad:
tomǝrt (K278p Lommel),
tomǝt (K278p Lommel),
tǫmǝnt (K278p Lommel)
|
De opbrengst van de tweede maal dat er gehooid wordt, doorgaans eind augustus; zie de algemene toelichting bij deze paragraaf (''nagras''). [N 14, 128b, JG 1a, 1b en 2b; A 4, 26a; A GV, 2Gr.; L B2, 345; L 5, 8; L 14, 15; Gwn 7, 10; Wi 58; S 25; monogr.]
I-3
|