| 18140 |
verstuiken |
verstuiken:
verstøke (L248p Lottum),
verstøkt (L248p Lottum)
|
verstuiken [SGV (1914)] || verstuikt [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 32577 |
verteerde mest |
kort mest:
kǫrt [mest] (L248p Lottum),
oud mest:
a.lt [mest] (L248p Lottum),
vergaan mest:
vǝrgǭn mēs (L248p Lottum),
verteerd mest:
vǝrtē̜rt mēs (L248p Lottum)
|
De termen in dit lemma zijn voor het merendeel van toepassing op mest die lange tijd het onderste of het binnenste deel van de mesthoop heeft gevormd en daardoor goed verteerd is: mest van hoge kwaliteit, die gemakkelijk in kleine delen uiteenvalt. Het onderste uit de mestkuil is vaak zo brokkelig dat het niet met de riek kan worden opgenomen. Deze mest wordt veelal als weidemest gebruikt. Voor sommige termen zie men dan ook het lemma compost. De termen aan het einde van het lemma hebben betrekking op oude, uitgedroogde mest die zijn kwaliteit grotendeels verloren heeft. [N M, 10a; N 11, 27 add.; N 11A, 4a + 4c + 36 + 37; JG 1a + 1b add; div.]
I-1
|
| 18277 |
vest |
vestje:
vesje (L248p Lottum)
|
vest (kleedingstuk) [SGV (1914)]
III-1-3
|
| 33756 |
veulen |
veulen:
vø̄lǝ (L248p Lottum)
|
Jong paard, gewoonlijk tot de leeftijd van twee en een half jaar. [JG 1a, 1b; A 4, 2d; L 20, 2d; L A1, 262; N 8, 1; Gwn 5, 10; RND 107; S 40; Wi 4; monogr.]
I-9
|
| 20574 |
vieruursboterham |
koffie, de -:
koffie (L248p Lottum),
koffiedrinken, het -:
koffiedrinke (L248p Lottum)
|
namen en uren van de dagelijkse maaltijden: 16 uur [ZND 18G (1935)]
III-2-3
|
| 25354 |
vijl |
vijl:
vil (L248p Lottum)
|
In het algemeen een staafvormig stalen werktuig met inkepingen voor het bewerken, slijpen of gladmaken van harde materialen. Zie ook het lemma ɛvijlɛ in wld II.11, pag. 69. Het materiaal hier vormt een aanvulling op dit lemma.' [S 40; A 14, 12a, add.; monogr.]
II-12
|
| 30793 |
vilder |
vilder:
veldǝr (L248p Lottum)
|
Iemand die het villen van dood vee en paarden als beroep uitoefent. [S 40; monogr.]
II-10
|
| 30794 |
villen |
villen:
velǝ (L248p Lottum)
|
Vee de huid afstropen, van het vel ontdoen. [monogr.]
II-10
|
| 24386 |
vin |
vin:
vin (L248p Lottum),
vinne (L248p Lottum)
|
vin [SGV (1914)] || vinnen [SGV (1914)]
III-4-2
|
| 17825 |
vinden |
vinden:
veende (L248p Lottum)
|
vinden [SGV (1914)]
III-1-2
|