e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Lozen

Overzicht

Gevonden: 668
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
muurdam, penant pilaster: pelástǝr (Lozen), steun: stø̜̄n (Lozen) Betrekkelijk smal stuk muur tussen twee vensters of tussen een venster en een andere muur. [N 55, 75; N 32, 12b; N 32, 14; monogr.] II-9
muurvlechting muurvlechting: mōǝrflɛxteŋ (Lozen) Wigvormig muurdeel waarvan de steenlagen loodrecht op de helling van de muurlijn staan. De lagen van de muurvlechting lopen alle tot een zelfde lintvoeg door. Kleine muurvlechtingen worden uitgevoerd in staand verband, grotere in kruisverband. Zie ook afb. 42. [N 31, 29] II-9
naakt bloot: blūət (Lozen) bloot [ZND A2 (1940sq)] III-1-3
naar links haar: hɛ̄r (Lozen) Voermansroep om het paard naar links te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95 c, 95d en 96; L 1 a-m; L B 2, 255; L 26, 2; L 36, 81c; S 12; monogr.] I-10
naar rechts hut: hyt (Lozen), hut-om: hyt ǫm (Lozen) Voermansroep om het paard naar rechts te doen gaan. [JG 1b; N 8, 95a en 96; L 1 a-m; L B 2, 256; L 26, 2; L 36, 81d; S 12; monogr.] I-10
nachtmerrie droom: droum (Lozen) nachtmerrie [ZND B1 (1940sq)] III-1-2
nagel nagel: nagel (Lozen), nagəl (Lozen) een nagel [ZND A1 (1940sq)] || een nagel, (nagels) [ZND A2 (1940sq)] III-1-1
nagras, tweede hooioogst achtermaad: axtǝrmōt (Lozen), groe(n)maad: grumǝnt (Lozen) De opbrengst van de tweede maal dat er gehooid wordt, doorgaans eind augustus; zie de algemene toelichting bij deze paragraaf (''nagras''). [N 14, 128b, JG 1a, 1b en 2b; A 4, 26a; A GV, 2Gr.; L B2, 345; L 5, 8; L 14, 15; Gwn 7, 10; Wi 58; S 25; monogr.] I-3
navel navel: navəl (Lozen, ... ) navel [ZND B1 (1940sq)] III-1-1
neet, luizenei luizenei: luzən-eͅ (Lozen) neet, luize-ei [ZND A1 (1940sq)] III-4-2