| 22737 |
orgel |
orgel:
ənəšōnənəksōͅlmedənənowənelgər (Q089p Martenslinde)
|
Een schoon oksaal met een nieuw orgel. [ZND 05 (1924)]
III-3-3
|
| 34053 |
os |
os:
ǫs (Q089p Martenslinde)
|
Gesneden mannelijk rund [N 3A, 19; JG 1a, 1b; A 3, 37; A 4, 12; L 4, 37; L 20, 12; Wi 16; monogr.]
I-11
|
| 20318 |
oud, bejaard |
oud:
aat (Q089p Martenslinde)
|
oud; de man is oud [ZND 05 (1924)]
III-2-2
|
| 33763 |
oud, versleten paard |
goed voor de vilder:
gūt fø̜r ǝ velǝr (Q089p Martenslinde),
oud paard:
āt pi̯ǫt (Q089p Martenslinde)
|
Zie ook het lemma ''benamingen voor het paard naar de leeftijd'' (2.4.1), sub F. [JG, 1b; A 45, 28a; L 5, 36; L 36, 82; N 8, 20, 62f en 62g; monogr.]
I-9
|
| 20320 |
oude man |
oude man:
də guiən ā[ə} man es met ət pii̯ət dor dē[i}s chəbruəkən eͅn en ət kāt woͅ[i}tər gəvalə (Q089p Martenslinde)
|
De goede oude man is met het paard door t ijs gebroken en in het koud water gevallen (gebroken of gezakt?) [ZND 04 (1924)]
III-3-1
|
| 20319 |
oude vrouw |
oude vrouw:
aa vróó (Q089p Martenslinde, ...
Q089p Martenslinde)
|
een oude vrouw [ZND 05 (1924)]
III-2-2, III-3-1
|
| 20229 |
ouders |
ouders:
aas (Q089p Martenslinde),
ààs (Q089p Martenslinde),
znd 44, 27;
aaes (Q089p Martenslinde)
|
ouders [ZND 11 (1925)] || ouders; waar ligt het land van uw ouders? [ZND 44 (1946)]
III-2-2
|
| 18189 |
ouderwets |
ouderwets:
ārwets (Q089p Martenslinde)
|
Ouderwets. [ZND 05 (1924)]
III-1-3
|
| 20187 |
oudste zoon |
oudste jong:
adste jongh (Q089p Martenslinde)
|
oudste zoon [ZND 46 (1946)]
III-2-2
|
| 33421 |
ovenkelder |
onderoven:
ǫnǝrǭ.pǝ (Q089p Martenslinde)
|
De bergruimte onder de oven, soms benut om brandstof en/of as in op te bergen, maar ook vaak, vanwege de gunstige vocht- en warmtegesteldheid, om er aardappelen op te slaan. De benamingen wijken in dat laatste geval doorgaans niet af van die van de aardappelkelder die men in de schuur vindt en die zijn behandeld in het lemma "schuurkelder, aardappelkelder" (3.3.5). Krikken is gloeiende as; amer is houtskool, en schansen zijn takkenbossen. Vergelijk ook het lemma önderoven", in Deel II, aflevering 1, blz. 73. [N 5A, 25c; N 5, 136; OB 2, 2f; monogr. add. uit N 29, 5 en 11d]
I-6
|