| 24207 |
mannelijke merel |
merling:
merling (L217p Meerlo)
|
een mannelijke merel (melhoorn, merelhoorn) [N 83 (1981)]
III-4-1
|
| 24454 |
mannelijke vis |
hom:
eigen spellingsysteem
hom (L217p Meerlo)
|
Hoe noemt u een mannelijke vis (hommer, hom, homvis, milter) [N 83 (1981)]
III-4-2
|
| 20468 |
manziek |
fiep:
zie ook "fiep
feep (L217p Meerlo)
|
manziek meisje
III-2-2
|
| 24601 |
maretak |
duivelsgaren:
-
duuvelsgaare (L217p Meerlo),
heksenbessem:
heksenbessem (L217p Meerlo)
|
heksembezem || maretak [DC 46 (1971)]
III-4-3
|
| 24571 |
margriet |
meibloem:
-
meibloem (L217p Meerlo, ...
L217p Meerlo),
brief Dagobert Gooren 26-4-1974
meibloeme (L217p Meerlo)
|
margriet [DC 42 (1967)] || margriet (Chrysanthemum leuchanthemun) [DC 42 (1967)]
III-4-3
|
| 21271 |
markt |
markt:
mɛ̄rt (L217p Meerlo)
|
markt [RND]
III-3-1
|
| 21852 |
marktkraam |
kraam:
kroam (L217p Meerlo)
|
een tent, een stalletje op de markt waarin de goederen tentoongesteld zijn [kraam, schob] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 21711 |
marktplein |
markt:
Algemene opmerking v.d. invuller: in het Meerlos dialect bestaat geen uitgangs "n"!
de mèrt (L217p Meerlo)
|
het plein in een stad of dorp waar markt gehouden wordt [mert, marktveld] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 24945 |
marmer |
marmer:
marmer (L217p Meerlo, ...
L217p Meerlo)
|
marmer [SGV (1914)] || marmer, dicht, fijnkorrelig kalkgesteente dat geschikt is om te bewerken en te polijsten, in bouw- en beeldhouwkunst als grondstof gebruikt [marbel, melber] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 21850 |
mars (wbd) |
mars:
mars (L217p Meerlo)
|
de mand die een kramer op zijn rug heeft [mars, hot, holfrits] [N 89 (1982)]
III-3-1
|