| 19642 |
stijfselpap |
pap:
pap (Q099p Meerssen)
|
Hoe noemt u de pap, die met deze stof bereid wordt? (stessel, stesselpap, stesselwater) [N 104 (2000)]
III-2-1
|
| 27438 |
stijl |
stijl van de deur:
štīl van dǝ dø̄r (Q099p Meerssen)
|
Het verticale deel van een kozijn waaraan de deur of het raam zijn opgehangen of waartegen deze aanslaan. Kozijnstijlen waren vroeger doorgaans van grenehout, tegenwoordig zijn zij ook van hardhout, metaal of kunststof. [N 55, 7a; monogr.]
II-9
|
| 28975 |
stiksteek |
stiksteek:
štekštēk (Q099p Meerssen)
|
Fijne, rechte steek. De stiksteek verbindt twee delen aan elkaar. Hij is een achtersteek, die van boven één steeklengte terug en van onderen steeds twee steeklengtes voorwaarts wordt gestoken. De steken volgen elkaar met onzichtbare tussenruimtes op. Zie afb. 32. [N 59, 54; N 62, 9; N 62, 16a; L 31, 46]
II-7
|
| 28859 |
stikzijde |
stikzij(de):
štekzi (Q099p Meerssen)
|
Zijdegaren om mee te stikken of te naaien. [N 59, 7c; N 59, 7a; N 62, 57]
II-7
|
| 31693 |
stobbe |
stomp:
štomp (Q099p Meerssen),
vot:
vǫt (Q099p Meerssen)
|
Stronk van een gekapte boom die met het wortelstelsel nog in de grond zit. [N 50, 7e; N 75, 87c; A 45, 35; N 16, add.; monogr.]
II-12
|
| 19708 |
stoel |
stoel:
štōl (Q099p Meerssen)
|
stoel [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 23437 |
stoelen op het priesterkoor |
koorstoelen:
kwarsjteul (Q099p Meerssen)
|
De stoelen op het priesterkoor [koeërsjteul?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 21226 |
stoep |
stoep:
sjtop (Q099p Meerssen),
sjtôp (Q099p Meerssen)
|
stoep [SGV (1914)] || stoep, trottoir; hoe noemt men in uw woonplaats de stoep of het trottoir langs een straat? [DC 47 (1972)]
III-3-1
|
| 19857 |
stoep, trottoir |
stoep:
sjtôp (Q099p Meerssen)
|
stoep [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 18775 |
stof |
stub:
schtöp (Q099p Meerssen),
sjtup (Q099p Meerssen),
sjtöb (Q099p Meerssen)
|
stof [DC 23 (1953)], [SGV (1914)]
III-2-1
|