| 19274 |
drukte, gedoe |
omstand:
omstand (L265p Meijel),
trubbel:
trubbel (L265p Meijel)
|
drukte maken, veel moeite doen meestal op luidruchtige wijze [omstand maken, spatsen maken, statie maken] [N 85 (1981)] || een overvloed van bezigheden, drukte [slemeur, trubbel, navegatie, begankenis, omstand, wiet] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19275 |
druktemaker |
druktemaker:
druktemaker (L265p Meijel),
spektakelmaker:
spectakelmaker (L265p Meijel)
|
drukte maken, veel moeite doen meestal op luidruchtige wijze [omstand maken, spatsen maken, statie maken] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 28660 |
druphoning |
lekhoning:
lɛkhoneŋ (L265p Meijel)
|
Honing die verkregen wordt door de volle raten in een warm vertrek op een zeef te leggen of ze in een fijne neteldoek langs een warme kachel (L 416) te hangen. De honing laat men uitlekken om ze vervolgens op te vangen. De raten moeten daartoe wel eerst ontzegeld zijn. [N 63, 116a; JG 1a; monogr.]
II-6
|
| 25133 |
druppel |
drup:
nen drup watter (L265p Meijel),
druppel:
drup(pəl) (L265p Meijel),
druppel (L265p Meijel, ...
L265p Meijel)
|
druppel water [dröp, dröppel] [N 07 (1961)] || een afgescheiden, min of meer bolvormig vochtdeeltje [drup, druppel, droppel, drop] [N 91 (1982)]
III-4-4
|
| 32866 |
dubbel gezwad |
dobbel gezwade/gezwaai:
dǫbǝl [gezwade/gezwaai] (L265p Meijel)
|
De dubbele reep gras die ontstaat als men eenmaal heen maait, omdraait, en vlak daarnaast weer eenmaal terug over het veld maait, zodat er twee regels gemaaid gras tegen elkaar aan komen liggen. Zie voor de fonetische documentatie van de woorden tussen vierkante haken het lemma ''gezwad, regel gemaaid gras''. [N 14, 94]
I-3
|
| 30693 |
dubbele ladder |
dobbelleer:
dǫbǝlliǝr (L265p Meijel)
|
Ladder bestaande uit twee delen die aan de bovenzijde scharnierend met elkaar zijn verbonden. [N 67, 63d]
II-9
|
| 33963 |
dubbele lijn |
dobbele lijn:
dǫbǝl lēnj (L265p Meijel
[(bij het ploegen)]
)
|
Lijn die aan weerszijden aan het bit bevestigd is en tot aan de hand van de voerman dubbel is. Opgaven die niet specifiek naar een dubbele lijn verwezen (m.n. de woordtypes paardslijn, rijlijn, lijn, lijnt, lei, leis, leist, leidsel en guide), werden opgenomen onder het overkoepelende lemma Teugel. [N 13, 30 en 34]
I-10
|
| 27042 |
dubbele ring |
dobbelring:
dobǝlrēŋk (L265p Meijel)
|
Ring opgebouwd op een basis van twee scheerturven en twee kopturven tot 16 turven dik hoog. Dit doet men, als de turf tegen de winter nog niet goed gedroogd is. [II, 83b]
II-4
|
| 30979 |
dubbele zool |
dubbele zool:
dø̜bǝlǝ zōl (L265p Meijel)
|
De zool over de hele lengte van de schoen. Volgens de informant van Q 253 bestaat een dubbele zool uit een loopzool en een halve zool ter vrijwaring van de loopzool. [N 60, 171b]
II-10
|
| 18472 |
dubbele zool [wld ii.10, p. 35] |
dubbele zool:
#NAME?
døͅbələ zōl (L265p Meijel)
|
Kent u de uitdrukking "dubbele zool", hoe spreekt u dat uit, wat betekent het woord? [N 60 (1973)]
III-1-3
|