| 22178 |
grote ronde worm in dunne darm |
trichine worm:
trieschine weurm (L265p Meijel),
worm:
wø͂ͅrəm (L265p Meijel)
|
Hoe noemt U in Uw dialect de volgende ziekten: grote ronde worm in dunne darm? [N 93 (1983)]
III-3-2
|
| 21803 |
grote ruzie? |
grote ruzing:
groete reuzing (L265p Meijel),
kabaal:
kabaal maake (L265p Meijel)
|
een grote ruzie [hora, bal] [N 85 (1981)]
III-3-1
|
| 19502 |
grote schoonmaak |
schoonmaak:
də šoͅnmāk (L265p Meijel)
|
Hoe noemt u de voorjaarsschoonmaak? [N105 (2000)]
III-2-1
|
| 26996 |
grote stok |
grote stok:
gruǝtǝ stok (L265p Meijel)
|
De grote stok bestaat doorgaans uit 7 slagen van 38 turven, in totaal 266 turven. [II, 63b]
II-4
|
| 22675 |
grote trom |
grote trom:
grōətə troom (L265p Meijel)
|
Een grote trom [trombol]. [N 90 (1982)]
III-3-2
|
| 24640 |
grote waterweegbree |
lepelblad:
eigen spellinsysteem
lepelblad (L265p Meijel)
|
Waterweegbree (grote) (alisma plantago-acquatica). De plant is 20 tot 150 cm groot en heeft grote, boven het water uitstekende bladeren; de bladeren zijn tevens lancetvormig, met een iets hartvormige voet; de bloemen groeien in een grote pluim en zijn wit [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 24778 |
grote wederik |
avonduil:
eigen spellinsysteem
oavonduul (L265p Meijel)
|
Gele wederik (lysimachia vulgaris een 40 tot 150 cm hoge plant. De stengels staan rechtop en zijn onvertakt; de bladeren bevinden zich meestal in kransen of zijn tegenoverstaand, de vorm is langwerpig elliptisch, ze zijn kort gesteeld. De bloemen bevind [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 24857 |
grote weegbree |
aardsjallen:
eigen spellinsysteem geneeskrachtige plant: sap werd gebruikt tegen steenpuisten en beiensteek; cf. ook aardsjallen bij herdertasje
èèrsjalle (L265p Meijel),
varkensblader:
eigen spellinsysteem geneeskrachtige plant: sap werd gebruikt tegensteenpuisten en beiensteek
verkesblèèr (L265p Meijel),
weegbree:
eigen spellinsysteem geneeskrachtige plant: sap werd gebruikt tegen steenpuisten en beiensteek
weegbree (L265p Meijel)
|
Grote weegbree (plantago major 10 tot 50 cm groot. Alle bladeren staan in een wortelrozet en zijn bijna eirond of eivormig, de bladeren parallelnervig en langgesteeld; de bloemen bevinden zich in lange cilindrische aren, de bloemkroon is vliezig, en bru [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 25234 |
grote wolk |
bonk:
bank (L265p Meijel),
bonk (L265p Meijel),
grote wolk:
grôetə wolk (L265p Meijel)
|
grote, op zichzelf staande wolk [bonk] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 24166 |
grutto |
grutto:
grytō (L265p Meijel)
|
grutto (41 lange rechte bek en poten; wit in de vleugel; luidruchtig; algemeen in weiland; roep onder de pronkvlucht hoog in de lucht [grrieto, grrieto] [N 09 (1961)]
III-4-1
|