e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Meijel

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
krommen, ombuigen buigen: buugen (Meijel), buujge (Meijel), būūgə (Meijel) Krommen: een kromme, gebogen vorm doen aannemen (krommen, buigen, draaien). [N 84 (1981)] III-1-2
kroonlijst lijst: list (Meijel) Uitspringende sierstrook van bakstenen boven aan de gevel, juist onder de dakgoot. Het woordtype 'muizetand' is specifiek van toepassing op een laag metselwerk waarbij de koppen van de stenen overhoeks worden gelegd, zodat de driehoekige voorsprongen schuine tanden vormen. [N 31, 30a; L 12, 9; monogr.; div.] II-9
kroonluchter kroonluchter: kroenluchter (Meijel), kruənløxtər (Meijel) Een veelarmige lamp in de kerk, luchter, kroonluchter. [N 96A (1989)] III-3-3
krop krop: krop (Meijel) Het gedeelte in het centrum van de molensteen, rond het kropgat. [Vds 191; N O, 18h add.] II-3
kropduif kropduif: kropdoef (Meijel) Kent U daarin diverse variëteiten of rassen? Welke? Geef naam en eigenschappen. [N 93 (1983)] III-3-2
kropgat kropgat: krǫp˲gāt (Meijel) Het gat dat zich midden in de loper bevindt en waarin het te malen graan loopt. Kweern in het woordtype kweernoog (l 331) verwijst naar de in die plaats gebruikelijke term voor de handmolen. Zie het lemma ɛhandmolenɛ.' [N O, 18o; A 42A, 35; N D, 8; Sche 53; Vds 129; Jan 128; Coe 93; Grof 119; N O, 18h] II-3
kruias, kruirad kruihaspel: krø̜jhāspǝl (Meijel), kruilier: krø̜jlīr (Meijel), kruiwiel: krø̜jwil (Meijel), windas: wenjtj-as (Meijel) Het wiel of de as onderaan de staart aan de buitenzijde van de molen, waarmee de molen of de molenkap met behulp van kettingen of touwen naar de wind gedraaid wordt. Zie ook afb. 21 en 23. Een aantal woordtypen is een pars pro toto. [N O, 30a; A 42A, 58; monogr.] II-3
kruiden, specerijen gekruiden: eigen spellingsysteem  gekruien (Meijel, ... ), Nijmeegs (WBD)  gəkruijə (Meijel), oude spellingsysteem  gekrūūje (Meijel), kruiden: krŭŭjə (Meijel) De kruiden die bij de bereiding bij groente of vlees gevoegd worden om de smaak van het gerecht te verbeteren, in het algemeen (kruid, toekruid, specerij). [N 82 (1981)] || Hoe noemt u: een kruid dat bij andere groenten gedaan wordt om de smaak te verbeteren (specerijplant, toekruid) [N 71 (1975)] III-2-3
kruidenier kruidenier: kruidenier (Meijel), winkelier: winkəlīēr (Meijel) een winkelier, kleine handelaar in koffie, thee, rijst, meel, zout, zeep, gedroogde vruchten, specerijen enz. [kruidenier, epicier, komenij] [N 89 (1982)] III-3-1
kruidenjenever bessen: besse  bessə (Meijel), bessenjenever: bessenjenever  bessə zjəneevər (Meijel), foezel: likeurtje van aardappelen  foessel (Meijel), kruidenjenever: kruijejenever  kruijə zjəneevər (Meijel), oude klare: aawə klaorə (Meijel) jenever; Hoe noemt U: Sterk alcoholische drank bereid uit moutwijn waaraan bij de distillatie jeneverbessen zijn toegevoegd, die er het aroma aan verlenen (snevel, babbelwater, jandoedel, knevelwas, kwak, sjenevel, jenever, klare, snaps) [N 80 (1980)] || kruidenjenever; Hoe noemt U: Jenever met kruiden (pop) [N 80 (1980)] III-2-3