e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Milsbeek

Overzicht

Gevonden: 2537
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
kieskauwen nirken: nirkə (Milsbeek) met lange tanden eten III-2-3
kieskauwer lekmuil: lɛkmul (Milsbeek), lekneus: lɛknø̄s (Milsbeek), leksnuit: lɛksnyt (Milsbeek), zatvreter: zat˃vrēͅtər (Milsbeek) kieskeurig persoon, iemand voor wie het beste en het lekkerste nog niet genoeg is || smulpaap, verwende eter III-2-3
kieskauwerig tetserig: tɛtsərex (Milsbeek) kieskeurig wat eten betreft III-2-3
kieskeurig kommerlijk: Hïj is enne kummeleken èèter  kummelek (Milsbeek), zie kummelek ook lastig dreinend  kuumelek (Milsbeek) kieskeurig III-1-4
kikkervisje dikkop: dikkop (Milsbeek, ... ) dikkop || kikkervisje III-4-2
kind (algemene benaming) blaag: blaag (Milsbeek), kind: kie.nd (Milsbeek), kiend (Milsbeek), snotblaag: snotblaag (Milsbeek) kind || snotaap, kind III-2-2
kind (troetelnaam) drol: drol (Milsbeek) vleinaam voor klein kind III-2-2
kinderleest kinderleest: kendǝrlest (Milsbeek) De leest voor kinderschoenen. Volgens de informant van Q 121c gaat het hier om de maten 18 tot en met 30. [N 60, 186a] II-10
kinderwerk kinderschoenen: kindǝrsxūn (Milsbeek) Schoenwerk voor kinderen in de maten 24 t/m 27. [N 60, 205e; N 60, 205f; N 60, 205g] II-10
kinketting kinketting: kenkęteŋ (Milsbeek), remketting: ręmkęteŋ (Milsbeek) Korte ketting onder de kin van het paard, die de bitringen van de bitstang met elkaar verbindt en tot steun van het bit dient. [JG 1a, 1b, 1c, 2c; N 13, 46; monogr.] I-10