e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Moelingen

Overzicht

Gevonden: 788
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
een boterham smeren een boterham smeren: ən bùōͅtram smēͅrə (Moelingen) smeren [RND] III-2-3
een cadeau geven schenken: scheenke (Moelingen) Schenken. [Willems (1885)] III-3-2
een ei ei: ēi̯ (Moelingen) [L 1a-m; L 3, 8; L 5, 79; L 26, 13b; L 30, 18b; L 35, 7; JG 1b; RND 123; Vld.; monogr.] I-12
een lastig karakter hebbend niet gemakkelijk: e nès neet gemjekkelijk (Moelingen) Hij is niet gemakkelijk, ... niet mak (een lastig karakter). [ZND 38 (1942)] III-1-4
eerder te weinig dan te veel gemeten kree gewaagd: ⁄t is krie gewōgt (Moelingen) Hoe zegt men als een winkelier eerder te weinig dan te veel meet of weegt? Vertaal: Dat is ... gemeten, gewogen. [ZND 36 (1941)] III-3-1
eerste luiden voor de mis de eerste keer luiden: ⁄t luidt der ierste kier (Moelingen) Veelal wordt de kerkklok tweemaal gehoord voor men naar de mis gaat; hoe zegt men wanneer men ze voor de eerste maal hoort? [ZND 36 (1941)] III-3-3
eerste opbod opbieden: opbeeien (Moelingen) Eerste opbod bij een openbare verkoping. [ZND 36 (1941)] III-3-1
ei zonder schaal liezenei: lęi̯zǝęi̯ (Moelingen) Ei dat alleen door een vlies is omgeven en dat geen schaal heeft. [N 19, 54a; N 7, 11; JG 1b, 1c, 2c; L 5, 80; Vld.; L B2, 366; monogr.] I-12
eik eik: e:k (Moelingen) eik [RND] III-4-3
eikel eikel: ekəls (Moelingen) eikels [RND] III-4-3