| 33103 |
stoppels |
stoppelen:
stǫpǝlǝ(n) (Q199p Moelingen)
|
De stompjes halm die na het maaien op het veld overblijven en later worden ondergeploegd. Opvallend polymorfe meervoudsvorming. [N 6, 7; N 15, 52; JG 1a, 1b; L 7, 53; L 15, 23; Wi 51; monogr.]
I-4
|
| 22870 |
strafschop |
penalty (eng.):
Karte 171.
penalty/penanty (Q199p Moelingen)
|
Elfmeter (im Fussballspiel).
III-3-2
|
| 22085 |
stro |
struu:
strȳ (Q199p Moelingen)
|
Halmen van gedorst koren. De algemene benaming. Zie ook de toelichting bij paragraaf 6.4. [JG 1a, 1b, 2c; L 7, 60a; R [s], 6; S 36; Wi 4; monogr.; add. uit N 5, 83]
I-4
|
| 32988 |
strohalm |
schoof:
šǭf (Q199p Moelingen)
|
In dit lemma staan de opgaven bijeen die uitdrukkelijk op de gedroogde halm slaan en voor zover deze afwijken van het algemene woord voor halm in het vorige lemma. Zie de toelichting bij het vorige lemma. Zie echter vooral de lemma''s 6.1.24 - 6.1.27 over stro. [N P, 4b; L 25, 15; monogr.; add. uit JG 1a, 1b; S 12; Wi 13]
I-4
|
| 22041 |
strooisel |
strooisel:
strø̜i̯sǝl (Q199p Moelingen)
|
Dat wat in de stal onder het vee wordt gestrooid. Dat kan vers stro zijn maar ook gehakt stro of afval na het wannen van gedorst graan. Verder gebruikte men bladeren uit hagen, eiken- en beukenbos en loof van struiken eveneens als strooisel. [N 6, 10; L 7, 61b; JG 1a, 1b, 2b-1 add.; N 18, 41 add.; monogr.]
I-11
|
| 18251 |
stropdas |
kravat (<fr.):
cravat (Q199p Moelingen)
|
das die door de heren gedragen wordt [ZND 33 (1940)]
III-1-3
|
| 22999 |
stuiken (stoten) |
stoten:
stoete (Q199p Moelingen)
|
Stuiken (= stooten). [Willems (1885)]
III-3-2
|
| 20357 |
tante |
tant:
tàànt (Q199p Moelingen)
|
tante (moei) [ZND 11 (1925)]
III-2-2
|
| 32980 |
tarwe |
tarwe:
tɛrǝf (Q199p Moelingen)
|
Triticum L. Sinds de invoering van betere bemestingmethodes groeit de tarwe ook in de Kempen. Het woordtype koren is als nevenvorm opgegeven in: K 316, 317, 318, 360, L 286, 292, 313, 360, 416, P 45, 119, 175, 192, Q 10, 39 en 97; evenwel alléén in de omzetting van de uitdrukkingen "rogge wordt hoger dan tarwe" of "de tarwe groeit welig" en het kan derhalve niet als een gangbare benaming van de plant worden beschouwd en is zodoende ook niet in het lemma opgenomen. Zie ook de toelichting bij het lemma ''graan, koren'' (1.2.1). Zie afbeelding 1, e.' [JG 1a, 1b; L A1, 82; L 7, 75; L 15, 24; L 28, 33; L 34, 55b; L 35, 61; L lijst graangewassen, 7; S 37; Wi 52; Gwn 9, 2; NE 1, 2; monogr.; add. uit N 15, 1a]
I-4
|
| 22855 |
tijger |
tijger:
tieger (Q199p Moelingen)
|
Tijger. [Willems (1885)]
III-3-2
|