| 23609 |
het misboek omdragen |
het boek omdragen:
ət bōk omdrāgə (L382p Montfort),
omdragen:
omdraage (L382p Montfort)
|
Het misboek omdragen, van de epistel- naar de evangeliezijde van het altaar brengen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23573 |
het orgel trappen |
blaasbalg treden:
bloasbalg träje (L382p Montfort),
orgel treden:
orgel traeje (L382p Montfort)
|
Het orgel treden of trappen, de blaasbalg tredend met lucht vullen en gevuld houden. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 34005 |
het paard leiden |
leiden:
lęi̯ǝ (L382p Montfort)
|
Het paard leiden of mennen door het met de teugels te sturen. Werkwoorden zoals varen en leiden werden niet door alle corresponenten gegeven. [N 8, 100 en 101b; Wi 25; monogr.]
I-10
|
| 34007 |
het paard met een dubbele lijn leiden |
op twee fouter varen:
ǫp twīǝ fǫu̯tǝr vāre (L382p Montfort)
|
Het paard besturen met een lange teugel uit één stuk, die aan de ene kant van het gebit vertrekt, langs de hand van de voerman gaat en langs de andere kant weer aan het gebit bevestigd is (cf. lemma Dubbele Lijn). Bij deze dubbele lijn, die links én rechts naar de hand van de voerder komt, trekt men aan de kant van de richting die het paard moet inslaan. Werkwoorden zoals varen, leiden werden niet altijd opgegeven. [JG 1b; N 8, 101b-c; N 13, 30 en 35]
I-10
|
| 34006 |
het paard met een enkele lijn leiden |
op een fout varen:
ǫp ęi̯ fǫu̯t ˲vārǝ (L382p Montfort)
|
Het paard mennen met een lijn die uit twee delen bestaat, één dat via de rug van het paard de twee uiteinden van het gebit verbindt (cf. lemma Loenje), en een enkele lijn die aan het achterste einde van de eerste bevestigd is (cf. lemma Kordeel, Hotlijn). Die enkele lijn, het kordeel, houdt de voerman in de hand. Om het paard links te doen afslaan, houdt hij die strak gespannen; om het rechts te doen afzwenken, trekt hij met kleine schokjes (stuiklijn). Werkwoorden zoals varen en leiden werden niet door alle corresponenten gegeven. [JG 1b; N 8, 101a; N 13, 29; monogr.]
I-10
|
| 33921 |
het paard wennen aan tuig en arbeid |
aanspannen:
ānšpanǝ (L382p Montfort)
|
[N 8, 99]
I-9
|
| 19768 |
het vuur aansteken |
aanstoken:
aansteuken (L382p Montfort)
|
aanstoken [SGV (1914)]
III-2-1
|
| 19415 |
het vuur doven |
blussen:
blusse (L382p Montfort),
doven:
d‧oͅuvə (L382p Montfort),
⁄t vuur douve (L382p Montfort),
uit laten gaan:
(⁄t vuur) oe:t laote gao:n (L382p Montfort),
uitmaken:
⁄t vuur oetmake (L382p Montfort)
|
doven, laten uitgaan, gezegd van vuur in de kachel [N 07 (1961)] || Het branden doen eindigen (blussen, doven) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 23801 |
het vuur wijden op paaszaterdag |
vuurwijding:
vuurwieijng (L382p Montfort)
|
Het gebruik om op Paaszaterdag het vuur te wijden. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23618 |
het zielboek aflezen |
aflezen:
aafleze (L382p Montfort)
|
Het zielenboek aflezen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|