| 33676 |
limburgse klei |
löss:
lø̜s (L382p Montfort)
|
Vraag N 27, 42 vroeg naar benamingen voor löss of ø̄Limburgse kleiø̄ en vraag N 27, 45 naar die voor de ø̄bruine, taaie, Limburgse klei, vooral langs hellingenø̄. Op grond van de antwoorden zijn deze vragen tot √©√©n lemma versmolten. Van Dale (elfde druk, blz. 1610) definieert löss als volgt: ø̄vruchtbare, weinig plastische leemsoort, licht vuilgeel of roodgeel van kleur, in Nederland ook wel Limburgse klei genoemdø̄. [N 27, 42; N 27, 45; N 27, 33]
I-8
|
| 24821 |
lindeblad |
lindeblad:
linjeblaad (L382p Montfort)
|
lindeblad [SGV (1914)]
III-4-3
|
| 21478 |
liniaal |
liniaal:
lienəjaal (L382p Montfort),
liniaal (L382p Montfort, ...
L382p Montfort)
|
een dunne rechte lat met een maatverdeling om er lijnen langs te trekken [liniaal, linie, regel, regelet] [N 90 (1982)] || liniaal [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 34091 |
linkerachterkwartier |
links achterkwartier:
leŋks axtǝrkwartēr (L382p Montfort),
van de hands achterste kwartier:
van dranš ɛxǝlstǝ kǝrtēr (L382p Montfort)
|
Het kwartier van de uier links achter. In de vraagstelling stond erbij wat betreft de positie van de kwartieren "van achteren gezien". [N 3A, 116b]
I-11
|
| 33765 |
linkerkant van het paard |
naar de manse zij:
nǭ mans zii̯ (L382p Montfort)
|
Kant waar de voerman het paard leidt. [N 8, 9 en 10]
I-9
|
| 34090 |
linkervoorkwartier |
linkervoorkwartier:
leŋkǝrvø̄rkwartēr (L382p Montfort),
van de hands voorste kwartier:
van dranš vørstǝ kǝrtēr (L382p Montfort)
|
Het kwartier van de uier links voor. In de vraagstelling stond erbij wat betreft de positie van de kwartieren "van achteren gezien". [N 3A, 116a]
I-11
|
| 17867 |
links, linkshandig |
links:
links (L382p Montfort)
|
Zegt men van iemand die bij voorkeur zijn linker hand gebruikt: Hij is ... [DC 50 (1975)]
III-1-2
|
| 31400 |
linkse boor |
linkse boor:
leŋksǝ bǭr (L382p Montfort)
|
Boorijzer waarbij de borende werking optreedt wanneer het linksom gedraaid wordt. [N 33, 158a]
II-11
|
| 17869 |
linkshandig persoon |
linkse poot:
linksepoot (L382p Montfort)
|
Zegt men van iemand die bij voorkeur zijn linker hand gebruikt: Het is een ... [DC 50 (1975)]
III-1-2
|
| 28772 |
linnen, linnengoed |
lijnen:
linǝ (L382p Montfort)
|
Weefsel uit vlas- of hennepgaren vervaardigd. Lijnwaad. [N 62, 77; N 59, 201; N 62, 75f; L 1a-m; L 30, 30a; L 30, 30b; L B1, 95; MW; Wi 18 en 55; S 22; monogr.]
II-7
|