e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montfort

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
limburgse klei löss: lø̜s (Montfort) Vraag N 27, 42 vroeg naar benamingen voor löss of ø̄Limburgse kleiø̄ en vraag N 27, 45 naar die voor de ø̄bruine, taaie, Limburgse klei, vooral langs hellingenø̄. Op grond van de antwoorden zijn deze vragen tot √©√©n lemma versmolten. Van Dale (elfde druk, blz. 1610) definieert löss als volgt: ø̄vruchtbare, weinig plastische leemsoort, licht vuilgeel of roodgeel van kleur, in Nederland ook wel Limburgse klei genoemdø̄. [N 27, 42; N 27, 45; N 27, 33] I-8
lindeblad lindeblad: linjeblaad (Montfort) lindeblad [SGV (1914)] III-4-3
liniaal liniaal: lienəjaal (Montfort), liniaal (Montfort, ... ) een dunne rechte lat met een maatverdeling om er lijnen langs te trekken [liniaal, linie, regel, regelet] [N 90 (1982)] || liniaal [SGV (1914)] III-3-1
linkerachterkwartier links achterkwartier: leŋks axtǝrkwartēr (Montfort), van de hands achterste kwartier: van dranš ɛxǝlstǝ kǝrtēr (Montfort) Het kwartier van de uier links achter. In de vraagstelling stond erbij wat betreft de positie van de kwartieren "van achteren gezien". [N 3A, 116b] I-11
linkerkant van het paard naar de manse zij: nǭ mans zii̯ (Montfort) Kant waar de voerman het paard leidt. [N 8, 9 en 10] I-9
linkervoorkwartier linkervoorkwartier: leŋkǝrvø̄rkwartēr (Montfort), van de hands voorste kwartier: van dranš vørstǝ kǝrtēr (Montfort) Het kwartier van de uier links voor. In de vraagstelling stond erbij wat betreft de positie van de kwartieren "van achteren gezien". [N 3A, 116a] I-11
links, linkshandig links: links (Montfort) Zegt men van iemand die bij voorkeur zijn linker hand gebruikt: Hij is ... [DC 50 (1975)] III-1-2
linkse boor linkse boor: leŋksǝ bǭr (Montfort) Boorijzer waarbij de borende werking optreedt wanneer het linksom gedraaid wordt. [N 33, 158a] II-11
linkshandig persoon linkse poot: linksepoot (Montfort) Zegt men van iemand die bij voorkeur zijn linker hand gebruikt: Het is een ... [DC 50 (1975)] III-1-2
linnen, linnengoed lijnen: linǝ (Montfort) Weefsel uit vlas- of hennepgaren vervaardigd. Lijnwaad. [N 62, 77; N 59, 201; N 62, 75f; L 1a-m; L 30, 30a; L 30, 30b; L B1, 95; MW; Wi 18 en 55; S 22; monogr.] II-7